Rebekka Aleida Biegel

Biegel, Betty

Na een studie sterrenkunde in Leiden, die ze in 1921 in Zürich afsloot met een dissertatie, ging Rebekka Aleida Biegel in 1927 in Utrecht op 41-jarige leeftijd psychologie studeren in Leiden. Het is deze studie die haar verdere loopbaan vorm zou geven. Na haar doctoraal ging ze voor de PTT werken waar ze een psychotechnisch bureau mocht opzetten. Dit bureau hield zich onder andere bezig met het ontwikkelen van toelatingstests voor PTT-personeel. Na de Duitse inval in 1940 werd Rebekka Biegel als joodse vrouw ontslagen. Uiteindelijk kwamen zij en haar zus Annie in Westerbork terrecht waar ze op 1 juni 1943 zelfmoord pleegden.

geboren1886-07-27 Groningen
overleden1943-06-01 Westerbork
vaderBiegel, Joseph
moederSchaap, Henderina Jacoba
broersBiegel, Machiel Joseph (Max) 1883-05-30=1905-11-14
Biegel, Hendrik Jacobus (Henk 1894=1957
zusBiegel, Johanna Hermine (Annie) 1889-03-30=1943-06-01
beroeppsycho-technicus

Hoewel Rebekka (Betty) Aleida Biegel tijdens haar werkzame leven groot aanzien genoot als psycho-technicus, raakte ze na haar tragische dood in 1943 in vergetelheid. Op 27 juli 1886 werd zij in Groningen geboren als tweede kind van Joseph Biegel (1850-1902) en Henderina Jacoba Schaap (1852-1917). Vóór haar was in 1883 reeds haar broer Max geboren en na haar zouden nog haar zus Annie (1889) en haar broer Henk (1894) volgen. Het was een welgesteld, cultureel en intellectueel stimulerend milieu waarin Betty opgroeide. Hoewel dat toen niet gebruikelijk was, werden de meisjes uit het gezin Biegel evenzeer gestimuleerd zich intellectueel te ontplooien als de jongens. Zowel Betty als haar zus Annie zouden in Leiden gaan studeren; Annie biologie en Betty sterrenkunde. Vader Biegel was commissionair in effecten en partner in de Firma Israëls, Biegel & Co., later eenvoudigweg Biegel & Co. geheten. Tegen het einde van zijn leven, hij overleed in 1902, behoorde Joseph Biegel tot de rijkste inwoners van de stad Groningen.
In het jaar waarin haar vader overleed bezocht Betty het Zwitserse Davos, wellicht om haar broer Max gezelschap te houden die daar met TBC in een sanatorium lag. Wellicht ook speelde haar eigen, zwakke gezondheid een rol in het ondernemen van deze reis. In 1905 vestigden moeder Biegel en Annie zich vanwege de verslechterende toestand van Max in Davos. In datzelfde jaar ging Betty naar Leiden waar ze aan haar studie sterrenkunde begon. Tevens werd ze daar lid van de Vereeniging voor Vrouwelijke Studenten in Leiden (VVSL). Binnen deze vereniging zou ze het tot praeses weten te brengen. Nog in hetzelfde jaar waarin ze begon te studeren, overleed haar broer op 22-jarige leeftijd in Davos. Hij werd in Groningen naast zijn vader begraven.
Met verschillende onderbrekingen studeerde Betty Biegel tot 1913 in Leiden. Daarna vertrok ze wegens gezondheidsredenen opnieuw naar Zwitserland en liet zich het jaar daarop inschrijven aan de Universiteit van Zürich. Daar zou ze haar studie in 1921 afsluiten met een dissertatie. Inmiddels was in 1917 haar moeder in Zürich overleden. Kort na haar promotie kreeg Betty een baan aan het astronomisch instituut van de Universiteit van Tübingen.
In 1923 vertrok ze naar het kuuroord Tegernsee in de Beierse Alpen. Vanuit Tegernsee correspondeerde ze met professor A. Pannekoek over een plaats als assistent op het sterrenkundig instituut van de Universiteit van Amsterdam. Ze werd aangenomen en werkte er in het cursusjaar 1923-1924. Samen met haar zus Annie, die lerares biologie was aan het Vossius Gymnasium, vestigde ze zich in een flat aan de Daniël de Langestraat in Amsterdam. Vanaf dat moment waren Betty en Annie onafscheidelijk. Een onafscheidelijkheid die volgens Biegels biograaf Rümke vermoedelijk tijdens hun Leidse studietijd begonnen is. Biegel en haar zus werden vaak aangeduid als "De meisjes Biegel" en waren opmerkelijke, om niet te zeggen excentrieke vrouwen.
Hoewel ze haar hele leven een liefde voor sterren zou houden, lukte het Betty Biegel niet om een goede werkkring in haar vak te vinden. Haar aanstelling aan het sterrenkundig instituut werd niet verlengd en uiteindelijk zou ze in 1927 in Utrecht op 41-jarige leeftijd aan een studie psychologie beginnen bij prof. Dr. F.M.J.A. Roels (1887-1962). Dit vak zou haar verdere loopbaan richting geven. Nadat ze in 1928 haar doctoraal psychologie had gehaald ging ze in 1929 voor de PTT werken, waar ze na een proefjaar een bureau voor psychotechniek mocht opzetten. Dit psychotechnische bureau ontwikkelde onder andere toelatingstests voor chauffeurs, radiotelegrafisten en telefonistes. Betty Biegel mocht zich uitgebreid oriënteren en maakte verschillende internationale studiereizen. Ook nam zij deel aan verschillende psychologiecongressen, onder andere in Moskou (1931), Praag (1934) en Parijs (1939).
Hoewel geliefd bij haar directe personeel, was ze ook enigszins gereserveerd en stond ze er bijvoorbeeld op dat ze werd aangesproken als 'doctor Biegel'. Waarschijnlijk speelde hierin het feit een rol dat ze zich in de typische mannenwereld van de PTT staande moest zien te houden.
Na de Duitse inval werd Betty in november 1940 als joodse vrouw ontslagen. Ook haar zus raakte haar baan als lerares aan het Vossius kwijt. Wellicht omdat ze in Amsterdam geen inkomen meer hadden kozen ze er in 1941 voor naar Den Haag te verhuizen. Op 30 september 1942 werden Betty en Annie gedwongen naar Amsterdam te verhuizen. Betty en Annie waren op het ergste voorbereid. Ze droegen daarom altijd cyaankali bij zich. Toen ze in Westerbork te horen kregen dat zij zich voor vertrek gereed moesten maken, pleegden zij zelfmoord door hun capsule met cyaankali in te nemen.



Collectie en mediatheek

 Rebekka Aleida Biegel (1886-1943) : een vrouw in de psychologie  2006
Rebekka Aleida Biegel (1886-1943) : een vrouw in de psychologie.
Collectie > Literatuur > 12012136

 Rebekka Aleida Biegel (1886-1943)  1996 (cop.)
Rebekka Aleida Biegel (1886-1943).
Collectie > Literatuur > 12005204

jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl