
De rechtsgeleerde Zadok van den Bergh werd op 9 augustus 1859 in Oss geboren als zoon van de bekende margarinefabrikant Simon van den Bergh. Als advocaat verdedigde hij onder andere de verdachten van het zogenaamde Palingoproer in Amsterdam in 1886 en tussen 1898 en 1901voerde hij een revisieprocedure voor de Friese gebroeders Hogerhuis. Deze broers waren het slachtoffer waren geworden van een gerechtelijke dwaling waar in die tijd veel ophef over was. Veel later zou deze geruchtmakende zaak zelfs het onderwerp van een speelfilm worden. Van den Bergh was ook politiek actief en was onder andere raadslid en wethouder van Amsterdam. Hij overleed in juni 1940 in Nice in Zuid-Frankrijk waarheen hij na de Duitse inval was gevlucht.
| geboren | 1859-08-09 Oss |
| overleden | 1942-06-13 Nice |
| vader | Bergh, Simon van den |
| moeder | Wielen, Elisabeth van der |
| broers | Bergh, Jacob van den 1848=1934 Bergh, Maurits van den 1849=1912 Bergh, Henry van den 1851=1937 Bergh, Isaac van den 1853=1945 Bergh, Arnold van den 1857=1932 Bergh, Samuel van den 1864=1941 |
| partners | Wolf, Carolina Berg, Alexandrine C. Paulowna van den |
| huwelijken | 1885-08-25 1921-07-12 |
| beroepen | advocaat politicus |
| functies | adviseur Ned. Gist- en Spiritusfabriek 1891=1897 secretaris Ned. Gist- en Spiritusfabriek 1891=1894 advocaat Hooge Raad 1887 medeoprichter Radicale Kas in Amsterdam voorzitter Vereniging Maatschappelijke Hervorming vice-voorzitter Nederlandse Volkspartij |
Op 9 augustus 1859 werd in Oss Zadok van den Bergh geboren als zoon van de margarinefabrikant Simon van den Bergh en Elisabeth van der Wielen. Hij studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in 1885 op een proefschrift getiteld "Aanvulling en ruiling van onderpand kort voor faillissement". In hetzelfde jaar trouwde hij met Carolina Wolf. Uit dit huwelijk werden twee zoons en een dochter geboren. Het huwelijk met Carolina Wolf werd op 13 juni 1921 door echtscheiding ontbonden. Op 12 juli 1921 hertrouwde hij met Alexandrine Charlotte Paulowna van den Berg.
Nadat hij in 1885 gepromoveerd was, trad hij als advocaat en procureur toe tot het kantoor van Mr. D. Simons. In deze praktijk verdedigde hij in 1886 de verdachten van het zogenaamde palingoproer. Ook de Friese gebroeders Hogerhuis, die het slachtoffer waren geworden van een gerechtelijke dwaling, werden door hem in een revisieprocedure voor de Hoge Raad verdedigd. Volgens het "Biografisch woordenboek van het socialisme" was het een zwakke verdediging, die dan ook niet tot een revisie van het vonnis leidde.
Van den Bergh publiceerde tal van artikelen op het gebied van arbeids-, handels-, proces-, pacht- en fiscaal recht. In 1891 trad hij als rechtsgeleerd adviseur in dienst van de Nederlandse Gist- en Spiritusfabriek te Delft. In 1892 werd hij beëdigd als advocaat bij de Hoge Raad. In 1898 ging hij terug naar Amsterdam, waar hij het kantoor van D. Simons, die inmiddels hoogleraar in Utrecht was geworden, voortzette.
Van den Bergh was ook politiek actief. In 1885 had hij zich aangesloten bij de liberale kiesvereniging "Burgerplicht" en in 1887 behoorde hij tot de oprichters van de "Radicale Kas" die tot doel had een kapitaal te vormen ter bevordering van radicale denkbeelden door middel van lezingen en geschriften. In 1899 werd hij lid van de gemeenteraad van Amsterdam en zou dat twaalf jaar blijven. Aanvankelijk als vertegenwoordiger van de Radicale Partij, vanaf 1901 voor de Vrijzinnig Democratische Bond. In 1907 werd hij benoemd tot wethouder van Publieke Werken, Bouwkunde en Woningtoezicht. Na een conflict met de vrijzinnig-democratische fractie trad hij in 1910 af.
Nu wijdde hij zich weer aan zijn advocatenpraktijk en was vanwege zijn brede deskundigheid een veelgevraagd commissaris voor diverse vennootschappen. Van 1919 tot 1921 zat hij nog eenmaal in de gemeenteraad om daarna niet meer herkozen te worden. Vanaf 1929 verbleef Van den Bergh in Laren. Na de Duitse inval in mei 1940 wist Van den Bergh naar Nice in Zuid-Frankrijk te ontkomen. Op 13 juni 1940 overleed hij daar op ruim 82-jarige leeftijd.