Else Berg

Schwarz-Berg, Else

Berg, Else

Else Berg (1877-1942) werd in Ratibor in het toen Duitse Opper-Silezië geboren. Waarschijnlijk kwam zij in 1910 met de kunstschilder Samuel (Mommie) Schwarz naar Amsterdam. Ze hadden elkaar eerder in Berlijn ontmoet; in 1920 trouwden ze met elkaar. Else Berg was actief in het Amsterdamse en Bergense kunstenaarsleven en raakte bevriend met kunstenaars zoals Charley Toorop en Leo Gestel. Else Berg en Mommie Schwarz werden in 1942 in Auschwitz vermoord.

geboren1877-02-19 Ratibor (Opper-Silizië)
overleden1942-11-19 Auschwitz
vaderBerg, Jacob
moederCreutzberger, Hedweg
broersBerg, Erich ? =1914
Berg, Walther
Berg, Hermann
zussenBerg, Gertrud
Berg, Anna
partnerSchwarz, Mommie 1876-07-28=1942-11-19
huwelijk1920-04-21
beroepschilderes
functievice-voorzitter Holl. Kunstenaarskring 1932

Else Berg werd op 19 februari 1877 in Ratibor (Opper-Silezië) geboren als dochter van een joodse sigarenfabrikant. Eind negentiende eeuw vertrok ze naar Berlijn en volgde er een kunstopleiding waarover verder weinig bekend is. Haar neef Mommie Schwarz, die zich als kunstenaar in de Verenigde Staten had gevestigd, zocht haar op in Berlijn en kort daarop (vermoedelijk in 1909) vertrokken beiden naar Parijs om daar de nieuwste ontwikkelingen in de kunst van nabij gade te slaan. Aansluitend reisden ze naar Nederland om zich in 1910 blijvend in Amsterdam te vestigen. In 1912 maakten ze samen een rondreis door Italië waarna nog vele reizen zouden volgen.
Else Berg werd onder meer lid van de Amsterdamse kunstenaarsvereniging ‘De Onafhankelijken’ en deed in 1913 mee aan een tentoonstelling van deze vereniging waarop ook werk te zien was van kunstenaars als Jacob Bendien, Arnold Davids, Jan van Deene, Leo Gestel en Jan Sluyters. Het werk van Else Berg, waarin aanvankelijk invloeden van het kubisme en luminisme waarneembaar waren, was tevens te zien op tentoonstellingen van de kunstenaarsverenigingen ‘St. Lucas’, de ‘Moderne Kunstkring’ en de ‘Hollandsche Kunstenaarskring’. Voor deze laatste zouden Berg en Schwarz later ook bestuursfuncties bekleden.
In 1914 maakten Else Berg en Mommie Schwarz samen met Leo Gestel en diens vrouw An een reis naar Mallorca. Gedrieën schilderden ze daar hoofdzakelijk kleurige landschappen in hun kenmerkende aan het kubisme verwante vlak decoratieve stijl, waarbij ze elkaar sterk beïnvloed hebben. Kort voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog keerden Berg en Schwarz terug naar Amsterdam. In de jaren die daarop volgden kwamen ze veel in Bergen (NH), waar ze deel uitmaakten van een groep Amsterdamse expressionisten die ‘Bergense School’ wordt genoemd. Een stuwende kracht achter deze school was de verzamelaar Piet Boendermaker die op grote schaal werken van de verschillende kunstenaars kocht. In 1918 kreeg Berg haar eerste eigen tentoonstelling bij de Haagse kunsthandel Walrecht, een jaar later gevolgd door een tweede expositie. In 1920 trouwde Else Berg met Mommie Schwarz waardoor ook zij enkele jaren later de Nederlandse nationaliteit kreeg. Beiden bleven wonen en werken in hun eigen woning en atelier in de Amsterdamse Pijp. Later verhuisden ze naar het Sarphatipark 42 waar ze ieder een eigen etage betrokken.
In 1922 maakten Berg en Schwarz samen met kunstenares Tine Baanders een reis naar Italië. In 1923 exposeerde Berg op de internationale tentoonstelling van de Rotterdamse moderne kunstenaarsvereniging ‘De Branding’ en in 1927 bij de nieuwe realistische kunstenaarsvereniging ‘De Brug’ in Amsterdam. In datzelfde jaar maakte ze een reis naar de Belgische mijnstreek rond Luik waar ze schilderijen maakte van mijnwerkers, het circus en de kermis. In 1930 volgde een expositie bij de vooraanstaande kunsthandelaar Carel van Lier in Amsterdam, waarmee Else Berg veel aandacht kreeg. Ze reisde regelmatig naar Berlijn, Königsberg en Ratibor voor familiebezoek. Samen met Mommie Schwarz reisde zij naar onder meer Joegoslavië, Italië en Frankrijk. Haar laatste solotentoonstelling vond plaats in 1940 bij kunsthandel Santée Landweer in Amsterdam en in maart 1941 zond ze nog werk in voor een tentoonstelling van de Hollandsche Kunstenaarskring. In de loop van de Tweede Wereldoorlog werd het joodse kunstenaars onmogelijk gemaakt om nog te exposeren. Else Berg en Mommie Schwarz weigerden een Jodenster te dragen en doken om onbekende redenen niet onder. Ze zochten aanvankelijk bescherming buiten de stad maar keerden terug uit angst voor verraad. Op 12 november 1942 werden Else Berg en Mommie Schwarz opgepakt en op 16 november via Westerbork op transport gesteld naar Auschwitz, waar zij direct na aankomst op 19 november werden vermoord.
De artistieke nalatenschap van Else Berg bevindt zich in verschillende particuliere en openbare collecties waaronder het Joods Historisch Museum Amsterdam, Stedelijk Museum Amsterdam, Frans Hals Museum Haarlem, Centraal Museum Utrecht , Museum Kranenburgh te Bergen en het Musée National d'Art Moderne (Centre Pompidou).

Bron: Linda Horn (o.a.)



Collectie en mediatheek

 [Zelfportret]  1917
Else Berg, ter halver lijve frontaal zittend in een leunstoel, de benen naar rechts,
de handen rustend in de schoot. Ze wordt omringd door vruchten en vogels.
Collectie > Museumstukken > 02983

meer treffers in Collectie > Museumstukken

 Programmaboekje  1930-1931
Programmaboekje voor de voorstelling 'de comedie van het geluk' in de Stadsschouwburg
Amsterdam met ontwerp van Else Berg op de voorkant, 1930-1931.
Collectie > Documenten > 00011317

jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl