
Samuel Leon Benavente was een vooraanstaand chirurgijn in Amsterdam. Vermaard was hij vooral om zijn vaardigheid in het zogenaamde "steensnijden"; het operatief verwijderen van blaasstenen. In 1711 werd hij als eerste jood toegelaten tot het chirurgijnsgilde. Hij overleed in 1722 en werd op de Portugees-joodse begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel begraven.
| geboren | 1643 |
| overleden | 1722 Amsterdam |
| partner | Catiel, Judith 1643-? |
| huwelijk | 1666-12-31 Amsterdam |
| beroepen | chrirugijn medicus |
De Amsterdamse chirurgijn en medicus Samuel Leon Benavente werd in 1643 geboren. Toen hij op 31 december 1666 op 23-jarige leeftijd in Amsterdam in het huwelijk trad met de even oude Judith Castiel was hij blijkens de huwelijksaankondiging al "doctor medicinae". Hij woonde toen op Vlooyenburg in de Amsterdamse jodenbuurt. Later verhuisde hij naar de Nieuwe Amstelstraat, "daar de bonte leeuw boven de deur staat" en nog later kocht hij een groot huis bij de Sint Antoniespoort achter het Leprozenhuis. Dit huis lag waarschijnlijk achter zijn oude huis aan de Nieuwe Amstelstraat en liep door tot de erachter gelegen Leprozengracht (nu deel van het Waterlooplein). Het feit dat hij zich zo'n groot huis kon veroorloven getuigt van zijn grote succes als chirurgijn.
Waar Samuel Leon Benavente gestudeerd heeft is niet bekend. Dát hij gestudeerd heeft, lijkt echter waarschijnlijk, want de bekende geschiedschrijver en tijdgenoot Levi de Barrios duidt hem aan als medisch doctor. Ook de bovengenoemde huwelijksaankondiging vormt een aanwijzing dat Benavente inderdaad een academische graad in de medicijnen had. In Amsterdam werkte Benavente echter niet als medicus maar als chirurgijn en bouwde in die hoedanigheid een drukke praktijk op. Grote naam verwierf Benavente zich met het zogenaamde "steensnijden"; het operatief verwijderen van blaasstenen. Niet voor niets is het juist deze vaardigheid waarover in een gedicht bij een omstreeks 1701 door Petrus Schenk vervaardigde portretprent van Benavente de lof gezongen wordt: "Dit is Benavente, die door kunst en door geluk/ Den steen haalt uit de Blaas, en uit het hart den druk." Het vak van "steensnijder" had Benavente geleerd van de toen beroemde Franse arts François Collot uit Parijs. Dit was vooral dáárom zo bijzonder omdat de grote artsen uit die tijd hun methodes meestal angstvallig geheim hielden en alleen doorgaven aan hun zoons of voor veel geld doorverkochten aan anderen.
Samen met Izack Baruch en Joseph Pereira was Benavente chirurgijn van de organisatie "Tsedaka" van de Portugees-joodse gemeente. Later werd hij ook aangesteld als chirurgijn voor de armen van die gemeente. Tot zijn taken behoorden onder andere het aderlaten, het verzorgen van wonden en het leveren van pleisters. Hiervoor ontving Benavente dertig gulden per jaar. In 1676 werd hij ook chirurgijn voor de Hoogduitse gemeente. Zijn praktijk werd zo groot dat hij verschillende assistenten moest aannemen. Zijn schoonzoon,David Baruch Pardo, die op 30 oktober 1704 met zijn jongste dochter Rachel trouwde, werd zijn partner.
Hoewel Benavente een grote naam had op medisch gebied en vakgenoten zijn advies vaak inwonnen, heeft hij slechts één wetenschappelijk werk geschreven, het in manuscript overgeleverde "Libello aureo da difficultade de ourinar" (Gouden verhandeling over de moeilijkheid van urineren). In deze verhandeling gaat hij onder andere in op zijn specialiteit het steensnijden. Juist in 1698, het jaar waarin hij zijn manuscript voltooide, introduceerde de Franse arts en monnik Jacques de Baulieu (1651-1714) in Amsterdam een nieuwe methode van steensnijden. Om die reden is het werk van Benavente nooit in druk verschenen. De methode van 'Frère Jacques' was overigens niet geheel onomstreden. In een Franstalig versje uit die dagen heette het "Jacques te taille, le bon Dieu te guérisse" (Jacques snijdt je, de goede God geneest je). Toch wisten zowel de bekende arts en anatoom Johann Jakob Rau (1668-1719) als Benavente verbeteringen op Beaulieu's methode aan te brengen waardoor ze de levensgevaarlijke operatie met meer succes konden uitvoeren.
Een belangrijke erkenning van zijn grote vaardigheden als chirurgijn was het feit dat hij op 11 december 1710 als eerste jood werd toegelaten tot het chrirurgijnsgilde. Vanaf nu kon Benavente zich meester-chirurgijn noemen. Een jaar nadat hij in 1721 zijn praktijk had overgedaan aan zijn schoonzoon David Baruch Pardo overleed hij in 1722 en werd hij op de Portugees-joodse begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel begraven.
Geschiedenis der geneeskunde : de Amsterdamsche joodsche chirurgijns
1930
Geschiedenis der geneeskunde : de Amsterdamsche joodsche chirurgijns.
Collectie > Literatuur > 11000659