
De rabbijn en kabbalist Salomon ben Jakob Aylion werd in 1664 in Safed in Palestina geboren. Na een rabbijnenopleiding in Saloniki werd hij in 1689 opperrabbijn van de sefardische gemeente in Londen. In 1700 werd hij chacham van de Portugees-joodse gemeente in Amsterdam. Hier kwam hij in 1713 in conflict met chacham Zwi. Hij overleed op 9 april 1728 in Amsterdam.
| geboren | 1664 Safed |
| overleden | 1728-04-09 Amsterdam |
| partners | Oro =1717 Van Isaac de Medina, Lea =1770 |
| beroep | rabbijn |
| functies | rabbijn Sefardische Gemeente in Londen 1689=1700 rabbijn Sefardische Gemeente in Amsterdam 1700=1728 |
In 1664 werd in Safed in Palestina de rabbijn en kabbalist Salomon ben Jakob Aylion geboren. Zijn jeugd bracht hij door in Saloniki waar hij een opleiding tot rabbijn volgde. In Saloniki kwam hij in aanraking met de volgelingen van Sabbatai Zwi die daar toen zeer talrijk waren. Ook Aylion werd een volgeling van deze valse messias en raakte geïnteresseerd in de kabbala. Het lijkt er echter op dat hij tot de meer gematigde aanhangers van Sabbatai Zwi behoorde en trouw bleef aan de rabbijnse traditie.
Omstreeks 1688 vestigde Aylion zich in Livorno. Hier was hij werkzaam als zogenaamde mesjoelach; iemand die geld inzamelde voor zijn geloofsgenoten in het Heilige Land. Deze bevonden zich in die periode als gevolg van oorlogen en hongersnood in een zeer penibele situatie. Dat hij zich juist in Livorno vestigde was geen toeval, want daar bevond zich toentertijd het centrum van de Palestina-filantropie. Na nog verschillende Italiaanse steden te hebben bezocht ging Aylion via Amsterdam naar Londen waar hij in 1689 werd benoemd tot rabbijn van de Sefardische gemeenschap als opvolger van rabbijn Jacob Abendana.
Aylion heeft het in Londen niet makkelijk gehad. Rabbijn Abraham Fidanque viel hem aan vanwege zijn vroegere betrekkingen met Sabbatai Zwi. Hoewel onderzoek door de Londense Maämad ertoe leidde dat zij Aylion geheel vrijspraken van de beschuldigingen, was zijn positie dusdanig verzwakt dat de geleerde leden van de gemeente zich niet aan hem wilde onderwerpen. Verheugd aanvaardde Aylion daarom in 1700 een benoeming tot chacham bij de Portugees-joodse gemeente in Amsterdam. Een post die hij tot zijn dood in 1728 zou bekleden.
In Amsterdam kwam hij in de zomer van 1713 in conflict met de opperrabbijn van de Hoogduitse gemeente Chacham Zwi. Aanleiding tot dit conflict was het verzoek van de sabbatiaanse Nechemja Chia Chajun om zijn in Berlijn gedrukte boek 'Oz le-Elohim' in Amsterdam te mogen verspreiden. Aylion stond positief tegenover dit verzoek terwijl de rabbijn van de Hoogduitse gemeente Chajun als een bedrieger beschouwde. De uit Jeruzalem afkomstige Mozes ben Jacob Chagis, die een verklaard tegenstander was van de leer van Sabbatai Zwi, had Chacham Zwi erop gewezen dat Chajuns boek gevaarlijke passages bevatte.
Daarop besloten de Hoogduitse parnasiem om Aylion te verzoeken Chajuns werken te onderzoeken. Omdat Aylion dit niet alleen wilde doen werd een uit zeven mannen bestaande onderzoekscommissie ingesteld. Deze uit Portugese joden bestaande commissie kon echter geen enkele gevaarlijke stelling in Chajuns boek ontdekken. Daarop zonden Chacham Zwi en Mozes Chagis evenwel toch zendbrieven in het Hebreeuws en het Portugees rond naar de verschillende gemeenten waarin zij erop wezen dat Chajun een afvallige was en tot de aanhangers van Sabbatai Zwi behoorde. Dit verwekte grote beroering bij de Portugese Gemeente. Men kon het niet goed verdragen dat de Hoogduitse gemeente zich nog met deze zaak bemoeide nadat een uit Portugese joden bestaande commissie Chajun had vrijgesproken.
Er ontstond een heftige pamflettenstrijd tussen beide partijen. Uiteindelijk leidde het conflict ertoe dat Chacham Zwi (die weigerde zich aan de jurisdictie van Aylion te onderwerpen) en Mozes Chagis beiden in de ban werden gedaan. Hierdoor waren zij gedwongen Amsterdam in 1714 te verlaten. Chacham Zwi werd in 1717 benoemd tot opperrabbijn van Lemberg maar overleed reeds vier maanden na zijn benoeming. Chagis ging naar Altona en keerde vervolgens terug naar Palestina waar hij in Safed overleed.
Achteraf gezien lijkt het erop dat het ongelijk in deze kwestie aan de kant van Aylion is geweest. Volgens een artikel van J.S. da Silva Rosa in het "Nieuw Israelietisch Weekblad" van 22 augustus 1913 had hij zijn vertrouwen geschonken aan iemand die dit onwaardig was. Toen Chajun in 1726 weer Amsterdam bezocht wilde noch Aylion noch de Maämad iets met Chajun van doen hebben. Aylion overleed op 9 april 1728 in Amsterdam en werd op de Portugees-joodse begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel begraven.