
Eduard Isaac Asser werd op 19 oktober 1809 in Amsterdam geboren als zoon van Tobias Asser en Caroline Itzig. Na de Franse en de Latijnse school ging Eduard rechten studeren. Hij vestigde zich als advocaat, maar is vooral bekend geworden als een van de eerste amateurfotografen in Nederland. Hij overleed in 1894.
| geboren | 1809-10-19 Amsterdam |
| overleden | 1894-09-21 Amsterdam |
| vader | Asser, Tobias |
| moeder | Itzig, Caroline |
| broer | Asser, Carel Daniel 1813-1890 |
| zussen | Asser, Anna Gratia Mariana (Netje) 1807-12-16=1893 Asser, Henriette Florine Rose (Jetje) 1817-1885 |
| partner | Oppenheim, Euphrosine (Rosine) 1812=1871 |
| huwelijk | 1834-01-16 Amsterdam |
| beroepen | advocaat amateurfotograaf |
| functie | Statenlid Provinciale Staten van Noord-Holland 1850-1883 |
Op de "stille zijde van de Reguliersgracht", in het tweede huis vanaf de Keizersgracht, werd op 19 oktober 1809 Eduard Isaac Asser geboren. Hij was het tweede kind van Tobias Asser (1783-1847) en de uit Berlijn afkomstige Caroline Itzig (1786-1854). In het midden van de zeventiende eeuw had de familie Asser zich in de Republiek gevestigd. Zij waren toen vooral werkzaam als diamantklovers en juweliers. Latere generaties van deze familie waren vaak jurist. Zo was Eduards broer Carel - de vader van de bekende rechtsgeleerde T.M.C. Asser - de eerste academisch gevormde jurist van de familie. De familie van Eduards moeder was afkomstig uit vooraanstaande joodse kringen in Berlijn waar de ideeën van de joodse verlichter Mozes Mendelssohn veelal ingang had gevonden. Ook de familie Asser behoorde aan het begin van de negentiende eeuw tot een geassimileerde en vooraanstaande joodse elite. In 1796 waren de Assers betrokken geweest bij de oprichting van de vrijzinnige gemeente Adath Jessurun.
In 1822 vestigden de Assers zich in een groot huis aan het Singel in Amsterdam vlak bij de Munt. Over de jeugd van Eduard Asser en zijn twee jaar oudere zusje Netje zijn we dank zij de bewaard gebleven dagboeken van Eduard en Netje goed geïnformeerd . Uit deze dagboeken blijkt dat het een vrijzinnig en geassimileerd milieu was waarin de kinderen Asser opgroeiden. Alleen voor zaken als besnijdenis, huwelijk en dood, hielden ze nog vast aan de joodse religie. Het milieu zoals dat uit de dagboeken van Netje en Eduard naar voren komt, verschilt in niets van de niet-joodse elitefamilies uit het Amsterdam van het begin van de negentiende eeuw. Middels de dagboeken zijn we getuige van tal van huiselijke gebeurtenissen, zoals etentjes en toneelvoorstellingen die in het grote huis aan het Singel werden gegeven. Uit deze dagboeken komt Eduard naar voren als een ambitieuze, veelzijdige, maar ook gevoelige jongen. Tegenslagen in zijn schoolopleiding werden steevast begeleid door huilbuien.
Na de Franse en Latijnse school doorlopen te hebben ging Eduard rechten studeren aan het Athenaeum Illustre in Amsterdam. Daar deze instelling - de voorloper van de Universiteit van Amsterdam - geen examen- en promotierecht had, studeerde hij in 1831 af in Leiden, waar hij een jaar later promoveerde op een dissertatie over zeerecht. Een grote naam als jurist heeft Edward nooit gekregen maar hij bouwde toch een bloeiende advocatenpraktijk op. In 1834 trouwde hij met Euphrosine Oppenheim (1812-1871). Het jonge paar woonde in bij de ouders van Eduard op het Singel. Toen Eduards vader in 1847 overleed, werd Eduard de heer des huizes. Euphrosine en Eduard kregen vijf kinderen; vier dochters en een zoon.
Hoewel Asser, zoals gezegd, geen groot jurist was, is zijn naam toch voor het nageslacht bewaard gebleven. Dat is vooral te danken aan het feit dat hij een van de eerste amateurfotografen was en door zijn bijdrage aan fotografische reproductie-procédé's. Op het gebied van de foto-lithografie deed hij een belangrijke ontdekking. Voor dit 'Procédé Asser' vroeg hij in België octrooi aan wat hem ook werd verleend. Verder was hij redactielid en medewerker van het "Tijdschrift voor Photografie" en van 1888 tot aan zijn dood was hij lid van de Amsterdamse amateurfotografenvereniging Helios. Twee jaar voor zijn dood richtte hij nog de "N.V. Maatschappij voor Photolitho- en Zincografie Procédé Mr. E.I. Asser te Amsterdam" op. Deze maatschappij organiseerde onder andere in het Paleis van Volksvlijt een tentoonstelling van fotolithografische reproducties. Op 21 september 1894 overleed Eduard Asser op bijna 85-jarige leeftijd in zijn huis aan het Singel.
[portret Mr. E.J. Asser]
1892
Portret en face van een oudere kalende man, voorstellende Eduard Isaac Asser.
Collectie > Museumstukken > 11480