| geboren | 1896-10-25 Amsterdam |
| overleden | 1984-11-25 Haifa |
| vader | Pinkhof, Hermanus |
| moeder | Beer, Adele de |
| partners | Asscher, Avraham ?=1926-05-10 Czaczkes, Asher ?=1967 |
| huwelijk | 1919-04-03 Amsterdam |
De schrijfster Clara Asscher-Pinkhof werd op 25 oktober 1896 in Amsterdam geboren als vierde kind van de arts Hermanus Pinkhof en diens vrouw Adèle de Beer. Het was een groot joods gezin waarin zij werd geboren. Vóór haar waren al drie jongens geboren en na haar zouden nog vier kinderen volgen; twee jongens en twee meisjes. Al toen zij een jaar of zestien was, schreef Clara kinderversjes en verhaaltjes die zij soms publiceerde in bladen als "De Joodse Jeugdkrant Betsalel" en "De Kinderwereld". Na een opleiding tot lerares werkte ze een jaar in het Betuwse Deil. Daarna gaf ze les op een joodse school in Amsterdam.
In Amsterdam leerde zij Avraham Asscher kennen met wie ze op 3 april 1919 zou trouwen. Asscher was een veelbelovende jonge rabbijn die kort na zijn huwelijk met Clara Pinkhof tot opperrabbijn van Groningen werd benoemd. Daarop trok het jonge paar naar Groningen waar zij kort na elkaar zes kinderen kregen. Als eerste werd de tweeling Elie en Menachem geboren. Daarna volgde twee zoons en een dochter die Jitschak, Meier en Roza werden genoemd. Als laatste werd hun dochter Fieke geboren. Al tijdens de laatste zwangerschap van Clara was Avraham Asscher ernstig ziek geworden. Hij ging om genezing te zoeken naar Lugano in Zwitserland. Daar werd nog een poging ondernomen hem door middel van een operatie van zijn kwaal af te helpen. Het mocht echter niet baten. Op 10 mei 1926, vier maanden na de geboorte van zijn jongste dochter Fieke, overleed Avraham Asscher. De pas 29-jaar oude Clara Asscher-Pinkhof bleef met zes kleine kinderen achter. Ondanks verzoeken van Avrahams familie om terug te keren naar Amsterdam bleef zij in Groningen wonen waar zij de kost verdiende met het geven van lezingen en cursussen. Ook publiceerde zij kinderverhalen. Haar boek "Aan de wal" werd in 1932 bekroond als beste meisjesboek. Kort voor de Duitse bezetting vertrok haar 16-jarige dochter Roza in november 1939 naar Palestina om er als verpleegster te gaan werken.
In het najaar van 1940, na de Duitse inval, keerde Clara noodgedwongen met haar jongste dochter Fieke terug naar Amsterdam waar ze les ging geven aan de joodse meisjes-industrieschool. De tweeling Elie en Menachem woonden al enige tijd voor hun studie in de hoofdstad. Meier en Jitschak bleven in Groningen. Elie en Menachem waren inmiddels getrouwd omdat zij dachten dat dit hun voor deportatie zou behoeden. Het pakte echter anders uit en Elie en zijn vrouw Flory doken onder terwijl zijn tweelingbroer Menachem en zijn vrouw Tamar zich meldden voor wat eufemistisch 'emigratie' werd genoemd. Net als hun broer Elie doken ook Jitschak, Meier en Fieke onder. Hun moeder kon dit niet opbrengen en hielp in de schoolvakanties bij het opvangen van kinderen die in de Hollandsche Schouwburg werden ondergebracht. Later zou zij deze ervaringen verwerken in haar in 1946 gepubliceerde boek "Sterrekinderen". Clara zelf werd op 26 mei 1943 opgepakt en naar Westerbork gevoerd. Vandaar zou ze op 11 januari 1944 naar Bergen-Belsen worden gedeporteerd. Als door een wonder overleefde ze de oorlog doordat zij deel uitmaakte van een groep joden die werd uitgewisseld tegen Duitse krijgsgevangenen. Via Wenen, Bulgarije, Turkije en Syrie bereikte ze Palestina. Hier vond ze haar dochter Roza en enkele andere familieleden terug. Haar vijf broers bleken de oorlog niet te hebben overleefd. Ook haar zoons Menachem en Jitschak werden in de kampen vermoord.
In 1946 reisde haar dochter Fieke naar haar moeder in Palestina. Samen zorgden moeder en dochter voor hun onderhoud. Clara schreef Engelse schetsen die door haar dochter Fieke werden geïllustreerd. In 1947 keerde Clara Asscher-Pinkhof terug naar Nederland om de redders van haar kinderen te bedanken. Die reis betaalde zij door in Nederland lezingen te houden. Terug in de inmiddels uitgeroepen Staat Israël schreef zij haar eerste hebreeuwse kinderverhalen. Omdat zij voelde dat haar kennis van deze taal ontoereikend was volgde ze een cursus en deed vervolgens een opleiding tot lerares hebreeuws.
Inmiddels was haar dochter Fieke getrouwd met Jacob Langer en zelf hertrouwde Clara in 1958 met Asher Czaczes. In de jaren daarna zette ze haar levensverhaal op papier dat in 1966 werd gepubliceerd onder de titel "Danseres zonder benen". Een jaar later overleed haar man. In 1968 verhuisde Clara Asscher-Pinkhof naar Bet Joles, een bejaardentehuis voor Nederlandse en Duitse joden in Haïfa. Ook hier bleef zij actief en gaf nog altijd hebreeuwse lessen. In november 1984 overleed zij op 88-jarige leeftijd.
Artikel
1947-1948
Teksten (6) van artikelen, radiotoespraken etc. door Clara Asscher-Pinkhof
vanuit kiboets Maayan in Palestina/Israel, 1947-1948.
Collectie > Documenten > 00012751
meer treffers in Collectie > Documenten
Sternkinder
1961
Sternkinder.
Collectie > Literatuur > 12007290