Abraham Asscher

Asscher, Abraham

Abraham Asscher (1880-1950) was onder andere directeur van de Diamantmaatschappij en voorzitter van het Comite voor Bijzondere Joodse Belangen. In 1941 benoemde de Duitsers hem samen met David Cohen tot voorzitter van de Joodse Raad. In 1943 werd hij naar Bergen-Belsen gedeporteerd waar hij in 1945 werd bevrijd. Vijf jaar later, op 2 mei 1950, overleed hij in zijn geboorteplaats Amsterdam als een gekrenkt en verbitterd man.

geboren1880-09-19 Amsterdam
overleden1950-05-02 Amsterdam
beroeppoliticus
functiespresident kamer van koophandel 1941-1943
directeur Diamantmaatschappij
lid Provinciale Staten van Noord-Holland
voorzitter Joodse Raad
voorzitter Comite voor Bijzondere Joodse Belangen

Abraham Asscher werd op 19 september 1880 in Amsterdam geboren. Zijn vader was werkzaam in de diamantindustrie en richtte in 1891 samen met een oom van Abraham de Diamantmaatschappij op. Later zou Asscher directeur en enige aandeelhouder worden van deze maatschappij. Onder zijn leiding zou deze maatschappij uitgroeien tot een wereldwijd bekende organisatie. Het absolute hoogtepunt in de geschiedenis van Asschers diamantfabriek was ongetwijfeld het slijpen van de Cullinan, de grootste diamant ooit ter wereld gevonden.
Een orthodox levende of vroom opgevoede jood was Abraham Asscher geenszins, hoewel hij op hoogtijdagen wel de synagoge bezocht. Zijn politieke betrokkenheid was beduidend groter. De Liberale Staatspartij koos hem tot lijsttrekker en fractievoorzitter en in 1917 werd hij voor deze partij lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland. Van het socialisme had Asscher een grote afkeer, iets dat hij gemeen had met de joods-religieuze elite. Een liberaal was hij, een man met status en aanzien, en hij was verbonden aan vrijwel alle belangrijke joodse instituten en commissies, zoals de Permanente Commissie tot Algemene Zaken van het Nederlands-Israelietisch Kerkgenootschap, het Keren Hajesod (het opbouwfonds voor Palestina) en het Comité voor Bijzondere Joodse Belangen. Ook David Cohen nam deel aan deze drie instanties. Met Cohen werkte Asscher vooral intensief samen in het Comité voor Bijzondere Joodse Belangen. Dit comité zette zich in voor het lot van de Duitse joden en waarschuwde voor het gevaar van het nationaal-socialisme.
Asscher was een man die alles groots aanpakte. Het liefst sprak hij voor volle zalen met prominente mensen in het publiek. Als bestuurder en vertegenwoordiger van de Joodse Gemeenschap volgde hij dr. Dünner op en hij werd voorzitter van het Nederlands-Israelietisch Kerkgenootschap, de kerkenraad en de Nederlands-Israelietische Hoofdsynagoge in Amsterdam. Vanwege zijn grote verdiensten benoemde men hem tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Die onderscheiding kreeg hij in 1935 opgespeld in aanwezigheid van vele vooraanstaande mensen uit politiek en bestuurlijk Nederland.
De Duitse bezetter benoemde Asscher en Cohen in 1941 tot voorzitters van de Joodse Raad. Asscher werd in 1943 naar Bergen-Belsen gedeporteerd, waar hij in 1945 bevrijd werd. Na de oorlog bevond de Joodse Ereraad zowel Asscher als Cohen schuldig aan 'laakbare handelingen'. Ze werden medeschuldig bevonden aan wat er tijdens de oorlog met de Nederlandse joden was gebeurd. Beiden kregen ze het verbod opgelegd om nog functies binnen het Nederlandse jodendom te vervullen. Abraham Asscher was hierdoor diep gekrenkt. Uit protest bedankte hij als lid van de Joodse Gemeente en toen hij op 2 mei 1950 overleed, was hij van geen enkele joodse organisatie meer lid. Als allerlaatste daad van protest heeft hij zich zelfs niet laten begraven op de joodse begraafplaats in Muiderberg maar op de algemene begraafplaats "Zorgvlied" aan de Amsteldijk in Amsterdam. Honderden belangstellenden woonden zijn begrafenis bij. Onder hen bevond zich geen enkele functionaris van de joodse gemeenschap.



Collectie en mediatheek

 Condoleancebrief  1942-02-18
Condoleancebrief van ene Charlotte uit de Amsterdamse De Lairessestraat 165a aan
Cornelia Visser-Wertheim naar aanleiding van het overlijden van haar man Mr. LE ...
Collectie > Documenten > 00011502

 Condoleancebrief  1942-02-18
Condoleancebrief van Abraham Asscher aan Cornelia Visser-Wertheim naar aanleiding
van het overlijden van haar man Mr. LE Visser op 17 februari 1942.
Collectie > Documenten > 00011501


jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl