Menachem Mann Amelander (eerste helft 18e eeuw-overleden voor 1767) was leerling van de Amsterdamse rabbijn Mozes Frankforter. Hij was een Duits-joodse volkschronikeur en schreef 'Maggische Mincha' (1725), 'Midrasch Tanchoema' (1733) en 'Kethermachoeth' (1771) over de geschiedenis van de joden in Nederland.
| geboren | onbekend |
| overleden | 1767 (ca.) Amsterdam |
| vader | Amelander, Salomo Halevie |
| beroepen | uitgever predikant schrijver (van hebreeuwse grammatica) |
Menachem ben Amelander was een achttiende-eeuws taalkundige, uitgever en vertaler. Daarnaast was hij waarschijnlijk nog werkzaam als leraar. Hij woonde en werkte in Amsterdam. Wanneer hij precies heeft geleefd is niet bekend. Hij moet echter in ieder geval voor 1767 zijn overleden. In een tora-uitgave uit dat jaar wordt achter zijn naam namelijk aangegeven dat hij is overleden. Amelander was een leerling van Moses Frankfurter, voor wiens "Biblica Rabbinica" hij correctiewerk verrichtte. In samenwerking met zijn zwager Eliezer Roedelsheim publiceerde Amelander een uitgave van de bijbel met commentaar met zowel een hebreeuwse als een jiddisje tekst getiteld "Maggische Mincha" (Amsterdam, 1725-29). Als Amelanders belangrijkste werk ziet men echter zijn "Sje'eriet Jisraeel". Bedoeld als een vervolg op het "Sefer Jossipon", bevat dit werk een geschiedenis van de joden vanaf de vernietiging van de Tweede Tempel tot aan het jaar 1743. Dit in het jiddisj geschreven werk was enorm populair en kende vele herdrukken.