
Adolf Altmann (1879-1944) werd geboren in het Hongaarse Hunfalu. Van 1920 tot 1938 was hij opperrabbijn van Trier. In 1938 vluchtte hij naar Nederland. Daar was hij rabbijn in Scheveningen. In 1944 werd hij in Auschwitz vermoord.
| geboren | 1879-09-08 Hun Falu |
| overleden | 1944-07-07 Auschwitz |
| vader | Altmann, Max |
| moeder | Polak, Hanni |
| partner | Weisz, Malvine 1881-09-17=1944-07-07 |
| functies | opperrabbijn in Trier 1920=1938 rabbijn in Scheveningen 1938= |
De rabbijn, historicus en publicist Adolf Altmann (1879-1944) werd op 8 september 1879 in het Hongaarse Hunfalu (Hunsdorf) geboren als zoon van de koopman Max Altmann en zijn vrouw Hanni Polak. Adolf was een leerling van rabbijn Samuel Rosenberg die de plaatselijke jesjiva leidde. Zijn rabbijnenopleiding voltooide Altmann bij rabbijn Simcha Bunem Schreiber in Presburg.
In 1903, op zijn 24ste verjaardag, trouwde hij met Malvine Weisz uit Kassa. Uit dit huwelijk werden zes kinderen geboren waarvan de oudste, Alexander Altmann, later professor in de joodse filosofie aan de Brandeis universiteit in de Verenigde Staten zou worden.
Vanaf 1907 was Altmann, nadat hij in Bern in de filosofie gepromoveerd was, zeven jaar lang rabbijn in Salzburg. Hij publiceerde verschillende artikelen met betrekking tot joodse cultuur. In 1913 verscheen zijn "Geschichte der Juden in Stadt und Land Salzburg von den frühesten Zeiten bis auf die Gegenwart" en in 1914 publiceerde hij de filosofische studie "Robert Hamerlings Weltanschauung - ein Optimismus".
In 1914 verliet Altmann Salzburg om in Merano rabbijn te worden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog combineerde hij deze functie met die van legerrabbijn. In 1920 benoemde men hem tot opperrabbijn van de joodse gemeente in Trier. Deze post heeft hij bekleed totdat hij in 1938 naar Nederland vluchtte. Hij vestigde zich aanvankelijk in Scheveningen. Daar vormde zich al snel een kring van trouwe toehoorders rond zijn persoon. Kort na de Duitse inval verhuisde de familie Altmann naar Groningen en van daar - gedwongen - naar Amsterdam. Via het doorgangskamp Westerbork kwamen Altmann en zijn vrouw eerst in Theresienstadt terecht om uiteindelijk op 16 mei 1944 naar Auschwitz te worden gedeporteerd. Hier overleed Adolf Altmann na enkele weken door honger en uitputting. Zijn vrouw werd midden juli in de gaskamers vermoord. (*)
(*) De zoon van Adolf Altmann, Alexander Altmann, schrijft dit in het artikel 'Adolf Altmann (1879-1944) a Filial Memoir'. Volgens het gedenkboek "In Memoriam" zijn zowel Adolf Altmann als zijn vrouw op 7-7-1944 in Auschwitz overleden.
Dossier
1914-1918
Documenten mbt Dr. Adolf Altmann, legerrabbijn in Noord-Italie, 1914-1918.
Collectie > Documenten > 00002901