In het begin van de achttiende eeuw vestigde de eerste jood zich
in Hardenberg. Hij is de eerste die op de latere joodse begraafplaats, het
Jodenbergje, begraven wordt. In de zestiger en zeventiger jaren van
de achttiende eeuw ondervinden joden nog veel problemen wanneer zij
zich blijvend in Hardenberg willen vestigen. Toch neemt hun aantal
vanaf die tijd gestaag toe.
Rond
1824 werd Hardenberg erkend als een zelfstandige joodse gemeente
binnen het kader van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap,
daarvoor hoorde de gemeente bij Deventer. De eerste synagoge die de groeiende
joodse gemeente in 1855 in gebruik nam lag aan het Oosteinde. In
1903 verhuisde men naar een ander gebouw, eveneens aan het
Oosteinde gelegen. Vanaf het einde van de negentiende eeuw werd er
niet meer op het Jodenbergje begraven. In 1901 werd een nieuwe
begraafplaats langs de Gramsbergerweg in gebruik genomen.
Naast het kerkbestuur waren er in de tweede helft van de
negentiende eeuw in Hardenberg een studiegenootschap, een
vrouwengenootschap en een begraafgenootschap actief. In de dertiger
jaren van de twintigste eeuw bestonden er naast een joodse
tennisclub ook een zang-, handels- en toneelvereniging.
De
godsdienstonderwijzer was tevens werkzaam als voorzanger en ritueel
slachter en werkte ook voor joodse gemeenschappen in de
omgeving.
De Hardenberger joden waren werkzaam als ritueel slachter,
klerenhandelaar, kleermaker, drukker en kleinhandelaar. R.E. de
Bruin, eigenaar van een drukkerij en uitgever van de plaatselijke
krant 'De Vechtstreek' speelde ook een prominente rol in het
openbare leven.
Tijdens de bezettingsjaren deelden de Hardenbergse joden het lot
van de andere joden in ons land. In de loop van 1942 en 1943 werden
zij voor het overgrote deel via de doorgangskampen in Nederland
naar Polen gedeporteerd. Slechts een enkeling keerde terug of wist
door onder te duiken te overleven.
In 1947 werd de joodse gemeente Hardenberg officieel opgeheven en
bij die van Almelo
gevoegd. De synagoge is in 1948 verkocht en uiteindelijk in 1980,
ondanks protest, afgebroken. In 1987 besloot de gemeenteraad om een
plein in de buurt van de voormalige synagoge te vernoemen naar
Israël Emanuel, de eerste joodse inwoner van Hardenberg.
Op 20 april 2005 werd een gedenksteen onthuld, die
aangebracht is in de vloer van de winkelstraat
in Hardenberg, ter hoogte van de plek waar vroeger
de synagoge stond.
In het enige kilometers noordelijker gelegen Gramsbergen heeft
vanaf het begin van de negentiende eeuw een joodse familie gewoond.
De leden van deze familie waren voor hun voorzieningen op joods
gebied aangewezen op Hardenberg.
In Collendoorn, gemeente Hardenberg, werd in oktober 2000 een
monument onthuld op de plaats van het voormalig werkkamp
Molengoot.
Aantal joden in Hardenberg en omgeving:
| 1809 | 19 |
| 1840 | 37 |
| 1869 | 77 |
| 1930 | 29 |
Dossier
Dossiers (158) van de Commissie voor Oorlogsschade mbt 155 joodse
gemeentes (Amsterdam en mediene), 1945-1950.
Collectie > Documenten > 00005954
meer treffers in Collectie > Documenten
Begraafplaats Hardenberg
1959
begraafplaats met grafstenen tussen bomen en struikgewas, in donkere herfsttinten.
Collectie > Museumstukken > 00476
Overzichtsfoto
1980 (ca.)
Joodse begraafplaats Hardenberg, circa 1980.
Collectie > Fotos > 40002410
Verslag van de handelingen der permanente commissie, van Juni 1878 tot Juni 1879.
1879
Jaarverslag van de Permanente Commissie. Dit deel behandelt nieuwe gemeenten, bouw
en herstel van synagogen, godsdienst-onderwijs en mohel-examens.
Collectie > Joodse pers > 20029922
meer treffers in Collectie > Joodse pers
Joodse onderduikers bij de familie Huisman (fam. Frank uit Hardenberg)
1992
Joodse onderduikers bij de familie Huisman (fam. Frank uit Hardenberg).
Collectie > Literatuur > 11000791