In de Middeleeuwen hebben zich sporadisch joden in Haarlem
opgehouden, maar van een blijvende vestiging is, net als elders in
de Nederlanden, in die periode geen sprake geweest.
In 1605 deden enige Portugees-joodse kooplieden
een mislukte poging om zich in de plaats te vestigen. Het bleek
ondoenlijk om de vereiste 50 families naar Haarlem te halen, zonder
welke de plaatselijke overheid geen toestemming wou geven om een
openbare synagoge te stichten.
In
het begin van de achttiende eeuw vestigen de eerste Hoogduitse joden zich in
Haarlem; een van hen verkrijgt in 1703 het poorterschap.
Aanvankelijk werden de joden in hun beroepsmogelijkheden ernstig
beperkt doordat het hen verboden is tot de gilden toe te
treden.
In 1742 wordt er in Haarlem een joodse school gesticht. Kort na het
midden van de eeuw verwerven de joden het recht tot het houden van
godsdienstoefeningen in een huis aan Zoetestraat.
In 1765 krijgt men toestemming tot het openen van een synagoge op de eerste verdieping van een huis aan de Begijnhof, het huidige Goudsmidpleintje. Een jaar later geeft het stadsbestuur officieel verlof om een joodse gemeente te organiseren. In 1770 richt deze gemeente een begraafplaats in aan het Bolwerk.
De beginjaren van de joodse gemeente werden gekenmerkt door
onlusten en problemen. In 1794 zag het stadsbestuur zich daarom
genoodzaakt in te grijpen in de interne aangelegenheden. Aan het
einde van de achttiende eeuw werd er in Haarlem ook een Portugese
joodse gemeente gevormd, die geruisloos weer is ontbonden.
Aan het begin van de negentiende eeuw waren de economische
omstandigheden van het grootste deel der joden in Haarlem
ongunstig, dit ondanks de burgerlijke gelijkstelling
van 1796. Het stadsbestuur moest de joodse gemeente dan ook
herhaaldelijk ondersteunen, zowel bij de oprichting van de
armenschool in 1819, als bij de nieuwbouw van de synagoge aan de
Lange Begijnenstraat in 1841.
Binnen de joodse gemeenschap waren naast de kerkenraad en het kerkbestuur verscheidene genootschappen actief op maatschappelijk, sociaal, godsdienstig en cultureel gebied. In de laatste decennia van de negentiende eeuw maakten ook enige joodse gezelligheidsverenigingen een korte bloei door.
De eerste begraafplaats van de joodse gemeente te Haarlem aan
het Bolwerk was in gebruik tussen 1770 en 1833. Een deel van de
algemene begraafplaats aan de Kleverlaan werd in 1832 de joodse
gemeenschap ter beschikking gesteld en heeft tot 1915 als joodse
begraafplaats gediend. Daarnaast werd in 1877 een aparte joodse
begraafplaats ingericht aan de Amsterdamsche Straatweg, de
tegenwoordige Amsterdamse Vaart. Hier wordt tot op heden begraven.
Toen de begraafplaats aan het Bolwerk in 1960 geruimd werd, zijn de
stoffelijke resten overgebracht naar de begraafplaats aan de
Amsterdamse Vaart.
Aan
het einde van de negentiende eeuw namen het aantal joden en de
activiteiten van de joodse gemeenschap in Haarlem, mede onder
invloed van de industrialisatie, toe. Een belangrijke rol in het
godsdienstige leven werd gespeeld door Rabbijn Simon Ph. de Vries,
een voorvechter van het zionisme.
Vanaf het begin van de twintigste eeuw werden in joods Haarlem
diverse nieuwe verenigingen opgericht op godsdienstig, cultureel,
maatschappelijk en zionistisch gebied. In een vleugel van het St.
Elisabeth Gasthuis, een algemeen ziekenhuis, werd in 1930 een joods
ziekenhuis gevestigd. In 1936 werd Haarlem de residentie van het
provinciale opperrabbinaat.
Door de komst van vluchtelingen uit Duitsland nam de joodse bevolking van Haarlem in de dertiger jaren aanzienlijk toe. Kort na de bezetting werden de joodse vluchtelingen uit Duitsland gedwongen de kuststreek, dus ook Haarlem, weer te verlaten. In Haarlem werd eerst een vertegenwoordiging van de Joodse Coördinatie Commissie opgezet, later kwam er een afdeling van de Joodse Raad. Beiden stonden onder leiding van opperrabbijn Frank. Toen als reactie op de deelname van Haarlem aan de Februaristaking van 1941 een NSB-burgemeester aangesteld werd, werden de anti-joodse maatregelen in versneld tempo ingevoerd.
Na verwijdering van de joodse kinderen uit het openbare
onderwijs werden een joodse kleuterschool, een lagere school en een
lyceum opgericht. Vanaf augustus 1942 begonnen de deportaties. Een
aantal vooraanstaande joodse inwoners van Haarlem, onder wie
opperrabbijn Frank, werd gefusilleerd. Er zijn naar schatting meer
dan duizend mensen uit Haarlem gedeporteerd, van wie er slechts een
tiental uit de kampen terugkeerden.
De synagoge werd geplunderd, maar de Torarollen bleven gespaard.
Ook op de joodse begraafplaats aan de Amsterdamse Vaart werden
vernielingen aangericht.
Na de oorlog werd de synagoge verkocht en gesloopt. De
heropgerichte joodse gemeente kocht in 1949 een pand aan het
Kenaupark 7 en vestigde er een nieuwe synagoge, een school en
kantoren. Het joodse ziekenhuis werd verkocht. Van de opbrengst
werd zowel in Haifa als in Haarlem een bejaardenhuis ingericht. Dit
laatste, het Rabbijn de Vrieshuis, werd in 1991 opgeheven.
De joodse begraafplaats werd zoveel mogelijk hersteld. De stichting
Boete en Verzoening nam in 1996 het initiatief om de begraafplaats
verder op te knappen. In de directe omgeving van Haarlem bevinden
zich nog drie andere joodse begraafplaatsen, in Overveen, Hoofddorp
en Santpoort-Zuid.
In 2001 zijn, ten gevolge van een onoplosbaar conflict tussen de
gemeente Haarlem en de initiatiefnemers de plannen voor een
gedenkteken in het Kenaupark afgeblazen.
Sinds het najaar van 2002 zijn de archieven van de joodse gemeente
Haarlem geordend en voor publiek toegankelijk bij de Archiefdienst
voor Kennemerland.
Aantal joden in Haarlem:
| 1798 | 198 |
| 1809 | 166 |
| 1840 | 418 |
| 1869 | 571 |
| 1899 | 819 |
| 1930 | 1130 |
| 1951 | 260 |
| 1971 | 184 |
| 1998 | 71 |
Behouwen reys der nieuwe / VLUGTELINGEN.....
1763
Rijm geïllustreerd met twee prenten. Op de rechter prent vluchten acht joden met
een schip uit Culemborg waar zij hun kwade praktijken hebben uitgeoefend, ze gaan ...
Collectie > Museumstukken > 07335
meer treffers in Collectie > Museumstukken
Dossier
Dossiers (158) van de Commissie voor Oorlogsschade mbt 155 joodse
gemeentes (Amsterdam en mediene), 1945-1950.
Collectie > Documenten > 00005954
meer treffers in Collectie > Documenten
Groepsfoto
1937
Genodigden bij installatie Ph. Frank als opperrabbijn van Noord-Holland, 1937.
Collectie > Fotos > 40000001
meer treffers in Collectie > Fotos
[Binnenland] : Amsterdam
Vermelding van benoemingen met betrekking tot de Ned. Isr. schoolbesturen.
Collectie > Joodse pers > 20031385
meer treffers in Collectie > Joodse pers
De toelating van Sefardische joden in Haarlem in 1605
1991
De toelating van Sefardische joden in Haarlem in 1605.
Collectie > Literatuur > 11000794
meer treffers in Collectie > Literatuur
Onbekend monument
Documentaire over de in 1944 door de Duitsers gefusilleerde Johannes Hoogendoorn.
Johannes Hoogendoorn had een illegale drukpers in Haarlem.
Collectie > Audiovisueel > 40000361