In de eerste helft van de veertiende eeuw leefde in Nijmegen een
joodse gemeenschap die als de belangrijkste middeleeuwse joodse
vestiging in ons land te boek staat. De gezinshoofden hielden zich
vermoedelijk bezig met geldzaken en men had de beschikking over een
eigen begraafplaats ten zuidoosten
van de stad. Tijdens de golf van jodenvervolgingen, die
plaatsvonden ten gevolge van de pestepidemie van 1349, is ook de
joodse gemeente van Nijmegen verwoest.
Korte tijd later vestigden zich opnieuw joden in Nijmegen, die zich
wederom met geldzaken bezighielden. Daarnaast verwierven in 1386
ook enige handelaren het poorterschap. De begraafplaats buiten de
Wijmelpoort bij de Kronenburgertoren werd voor het eerst in 1382
vermeld en is twee eeuwen later weer verkocht.
In de eerst helft van de vijftiende eeuw kocht de joodse
gemeenschap een viertal panden in een steeg tussen de Stikke
Hezelstraat en de Beneden Houtstraat. Deze stond vervolgens als
'Jodengasch' bekend. Er was er een synagoge
die in de archieven vermeld stond als 'schola judeorum'.
In 1430 werd er vergunning verleend voor de aanleg van een ritueel
bad. Toen de Provinciale Synode in Keulen in 1452 besloot dat
joden een herkenningsteken moesten dragen, werd dit voorschrift ook
in Nijmegen van kracht. Vanaf dat moment nam het aantal joodse
inwoners van de stad af. De gemeenschap hield in de laatste
decennia van de vijftiende eeuw geheel op te bestaan. Rond 1544 is
er even sprake van hervestiging van joden in Nijmegen, maar de
poging daartoe mislukt.
Rond het begin van de zeventiende eeuw woonden er
opnieuw enkele joden rondom en in Nijmegen, maar een joodse
gemeente is pas rond de zestiger jaren ontstaan. In 1683 werd bij
de stadsmuur achter Mariënburg een begraafplaats aangelegd, die in
de loop van de achttiende eeuw tweemaal uitgebreid werd. In
dezelfde periode vonden er tweemaal grafschendingen plaats.
Aanvankelijk werden de synagogediensten
gehouden in privé-woningen en gehuurde kamers. De eerste
huissynagoge, aan de Vleeschhouwerstraat, werd in 1697 nadat er
klachten geweest waren over lawaai op last van het stadsbestuur
gesloten.
In 1713 kocht een vermogend bestuurder van de gemeente de
voormalige herberg De Sleutel in de Groote Straat en liet die als
synagoge inrichten. Dit gebouw heeft tot 1755 als gebedshuis
gediend. Een jaar later werd aan de Nonnenstraat een nieuwe
synagoge ingewijd, dit gebouw bestaat tot op heden. In de zestiger
jaren van de achttiende eeuw kocht de joodse gemeente in dezelfde
straat nog twee panden aan. Ook het rituele bad was in de
Nonnenstraat gevestigd.
Het joodse onderwijs werd in de achttiende eeuw in Nijmegen door
privé-godsdienstonderwijzers verzorgd.
Net als in andere gemeenten werden de joden in Nijmegen in hun
economische mogelijkheden ernstig belemmerd door de gilden. Talloze
maatregelen waren er op gericht het bestaan van joden zo moeilijk
mogelijk. Zo konden zij aanvankelijk geen poorter worden. In 1721
kregen joden het recht om tegen een aanzienlijke som geld een
beperkt aantal burgerrechten te verwerven. Deze rechten werden
vooral verleend aan joden van wie het stadsbestuur voordeel hoopte
te trekken. Mede daardoor speelden enkele joodse pachters van de
stedelijke bank, artsen, handelaren, ambachtslieden en fabrikanten
een belangrijke rol in de economische ontwikkeling van
Nijmegen.
Aan het begin van de negentiende eeuw was het merendeel van de
joodse inwoners van Nijmegen armlastig. Zij hielden zich vooral
bezig met straathandel en handel in tweedehands goederen. Aan het
einde van de eeuw verbeterde de economische situatie
enigszins.
In 1804 verkreeg Nijmegen de status van residentie van het opperrabbinaat
van Gelderland. Daar kwam een eind aan toen het opperrabbinaat in
1881 naar Arnhem
verhuisde.
In 1827 werd in Nijmegen een joodse school opgericht, waar behalve
de joodse vakken ook niet-religieuze vakken gegeven werden. De
school werd in 1873 gehuisvest in een nieuw gebouw, gelegen
bij de synagoge aan de Nonnenstraat. Rond 1850 bestond er korte
tijd een joodse naai- en breischool.
Aan het einde van de negentiende eeuw bestond de kerkenraad uit
acht leden, van wie er vier zitting hadden in het kerkbestuur.
Daarnaast waren er twee penningmeesters voor het Heilige Land.
Verschillende genootschappen en verenigingen waren actief op het
gebied van begrafeniswezen, zieken- en armenzorg en onderhoud van
de synagoge.
In 1891 was de oude joodse begraafplaats uit 1683 vol en werd een
nieuwe aangelegd langs de Broerdijk in Groesbeek, aan de huidige
Kwakkenbergweg. Tussen 1806 en 1811 werd ook begraven op een
speciaal gedeelte van de Algemene Begraafplaats.
In de eerste decennia van de twintigste eeuw groeide Nijmegen uit
tot een middelgrote joodse gemeente. In 1913 werd een nieuwe
synagoge ingewijd aan de Gerard Noodtstraat. In dezelfde periode
werden er nog een joodse ontspanningsvereniging en een
toneelvereniging opgericht. Aan het einde van de dertiger jaren
bestond er korte tijd een zionistische jeugdbeweging. De meeste
joden waren economisch actief in de textiel, als winkeliers,
kleinhandelaars en vleeshouwers. Enkelen van hen hadden zitting in
de gemeenteraad.
In de dertiger jaren kwam er een groot aantal joodse vluchtelingen
naar de dicht bij de Duitse grens gelegen stad. Dit had tot gevolg
dat zich bij het begin van de bezetting in mei 1940 rond de 530
joden in Nijmegen bevonden. Zoals overal in Nederland werden ook in
Nijmegen in november 1940 alle joden uit overheidsdienst ontslagen.
Aan het begin van het schooljaar werden in 1941 alle joodse
kinderen uitgesloten van het openbare onderwijs en werd er een
joodse lagere school opgericht. Deze school heeft tot april 1943
gefunctioneerd.
De deportaties begonnen in het najaar van 1942 en hebben tot
april 1943 voortgeduurd. De meeste Nijmeegse joden zijn omgekomen.
De ongeveer vijftig overlevenden waren voor het merendeel
onderduikers, slechts enkelen keerden terug uit de
concentratiekampen. De synagoge aan de Gerard Noodtstraat werd door
de Duitsers geconfisqueerd en gebruikt als opslagplaats. De hele
inboedel is door NSB-ers en Duitsers vernield. De Tora-rollen
en rituele voorwerpen zijn verloren gegaan.
Na de bevrijding werd het joodse leven in Nijmegen hervat. De
voormalige joodse school werd in gebruik genomen als synagoge. Het
gebouw werd aan het einde van de zestiger jaren opgeknapt. Sinds
het begin van de tachtiger jaren worden daar maandelijks en op de
Hoge Feestdagen synagogediensten gehouden in Nijmegen.
De synagoge aan de Gerard Noodtstraat werd verkocht. Sinds 1980 is
het Natuurmuseum Nijmegen in het pand gevestigd. De voormalige
synagoge aan de Nonnenstraat maakte enige tijd deel uit van Museum
het Valkhof (voorheen het Nijmeegs Museum Commanderie van
Sint-Jan). In de zomer van 1999 kwam het gebouw voor het
symbolische bedrag van 1 gulden weer in handen van de joodse
gemeente Nijmegen. In november 2000 werd het heringewijd en weer
als synagoge in gebruik genomen.
De oude joodse begraafplaats achter de Mariënburg is 1962 geruimd.
In mei 1995 werd op de Kitty de Wijzeplaats een monument ter
nagedachtenis aan de vermoorde joodse plaatsgenoten onthuld.
Aantal joden in Nijmegen en omgeving:
| 1784 | ca. 270 |
| 1809 | 359 |
| 1840 | 506 |
| 1869 | 355 |
| 1899 | 460 |
| 1930 | 450 |
| 1951 | 52 |
| 1971 | 88 |
| 1998 | 30 |
[Jaartijdkalender voor Marianne Hartog-van den Bergh]
1923
De op 1 februari 1922 overleden Marianne Hartog-vd Bergh kan jaarlijks door haar
kind worden herdacht op de daartoe ingevulde kalender van 1923 tot 1970.
Collectie > Museumstukken > 01144
meer treffers in Collectie > Museumstukken
Dossier
Dossiers (158) van de Commissie voor Oorlogsschade mbt 155 joodse
gemeentes (Amsterdam en mediene), 1945-1950.
Collectie > Documenten > 00005954
meer treffers in Collectie > Documenten
Overzichtsfoto
1941-09
Synagoge van Nijmegen, in de Gerard Noodtstraat, beklad
met antisemitische leuzen, augustus 1941.
Collectie > Fotos > 40000864
meer treffers in Collectie > Fotos
[Binnenland] : Amsterdam
Vermelding van benoemingen met betrekking tot de Ned. Isr. schoolbesturen.
Collectie > Joodse pers > 20031385
meer treffers in Collectie > Joodse pers
Joodse oorlogsmonumenten in de provincie Gelderland : alsmede algemene...
2005
Joodse oorlogsmonumenten in de provincie Gelderland : alsmede algemene
oorlogsmonumenten waarop joodse namen voorkomen.
Collectie > Literatuur > 12013463
meer treffers in Collectie > Literatuur
Tekens aan de wand
Over de schilder Felix Nussbaum ; een gesprek met typografisch kunstenaar Josua
Reichert nav een tentoonstelling van zijn werk in het Joods Historisch Museum en ...
Collectie > Audiovisueel > 40001273