In het begin van de zeventiende eeuw vestigden de eerste joodse
families zich in Nijkerk. Zij kochten land aan in de omgeving en
hielden zich bezig met de tabaksteelt. De joodse gemeenschap van
Nijkerk was rond 1650 al zo groot dat er een begraafplaats op
Hoogstraten gekocht werd. De huidige Nieuwstraat heette in die tijd
de 'Jodenbreestraat'.
In de tweede helft van de zeventiende eeuw verlieten vele joodse
tabakstelers de plaats, maar de komst van een belangrijke joodse
familie van Italiaanse afkomst in het eerste decennium van de
achttiende eeuw gaf een nieuwe impuls aan de plaatselijke
tabaksindustrie en aan de joodse gemeenschap.
De synagogediensten, die
aanvankelijk in het 'Huijs met de Bijenkorf' aan de Koetsendijk
plaats vonden en na 1728 in een andere privé-woning, werden
gehouden volgens de Sefardische gebruiken. De
Nijkerkse joodse gemeente was de enige Italiaans-joodse gemeenschap
in Nederland.
In
het begin van de achttiende eeuw kwamen er ook Hoogduitse joden naar
Nijkerk. Zij waren behalve in de tabaksteelt en -handel ook
werkzaam in de vleeshouwerij. De eerste jaren voegden ze zich bij
de reeds bestaande Italiaanse gemeente, maar toen hun aantal toenam
organiseerden ze aparte synagogediensten in een privé-woning
In 1761 dienen de Hoogduitse joden een verzoek in om een synagoge te mogen bouwen.
Hoewel het verzoek ingewilligd werd, ging de nieuwbouw niet door.
In plaats daarvan werd de zolder van een pakhuis aan de Singel
verbouwd en tot 1801 als synagoge gebruikt.
De statuten van de Hoogduitse joodse gemeente van Nijkerk dateren
van 1778. De begraafplaats 'de Korte Dood' aan de Oude
Amersfoortseweg tussen Nijkerk en Nijkerkerveen werd twee jaar
later aangekocht. Op Hoogstraten werd vlak bij de oude
begraafplaats uit rond 1650 een tweede dodenakker ingericht.
In 1801 werd er aan de Singel een nieuwe synagoge van de Hoogduitse
gemeente plechtig ingewijd. De Hoogduitse gemeente bleef groeien,
terwijl tegelijkertijd de Italiaanse gemeente in omvang afnam. Dit
is voor het Opperconsistorie aanleiding
geweest om aan te dringen op een fusie die, na aanvankelijk verzet
van Italiaanse zijde, in 1808 een feit wordt. Toch kwam er pas
omstreeks 1844 een einde aan de synagogediensten volgens de
Sefardische ritus. De nog uit Italië meegebrachte Torarol werd overgedragen
aan de Hoogduitse gemeente en de Italiaanse synagoge werd in
gebruik genomen als school en vergaderzaal; eerder had het joodse
onderwijs plaatsgevonden in het huis van de
godsdienstonderwijzer.
In 1848 werd een officiële joodse school opgericht, waar twee jaar
later ook niet-joodse vakken ingevoerd werden. Later verhuisde de
school naar een gebouw in de Kloosterstraat.
In de loop van de negentiende eeuw kreeg Nijkerk naam als centrum
van Tora- en Talmoedstudie. Deze
traditie werd voortgezet tot in de twintigste eeuw. Naast een
kerkenraad, een kerkbestuur en een penningmeester voor het Heilige
Land waren er in Nijkerk diverse genootschappen actief die zich
bezighielden met studie, het verzorgen van begrafenissen en het
onderhoud van de synagoge. Ook was er een vrouwengenootschap en een
leenfonds voor detailhandelaars. De Israëlitische Hulpkas te
Nijkerk dateert van 1885 en in 1936 werd er nog een ontspannings-
en gezelligheidsvereniging opgericht.
In het begin van de twintigste eeuw liep het aantal gemeenteleden
terug. Toch werd de synagoge in 1926 ter gelegenheid van het
125-jarig bestaan nog gerestaureerd.
Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog woonden er nog
enkele tientallen joden in Nijkerk. In de winter van 1940-'41 werd
het gebruik van de synagoge gestaakt na een inval door Duitse
militairen. Later werd het gebouw zwaar beschadigd door een
granaatinslag. De joodse gemeenschap hield zo veel en zo lang
mogelijk haar diensten in de school aan de Kloosterstraat. In april
1943 werden alle Nijkerkse joden overgebracht naar het kamp Vught
en van daar gedeporteerd naar het oosten. Slechts enkelen hadden
tevoren weten onder te duiken en hebben aldus de oorlog overleefd.
Van de gedeporteerden keerde vrijwel niemand terug.
Na de oorlog is het joodse leven in Nijkerk niet hervat. De resten
van de synagoge zijn in 1954 verkocht en later verbouwd tot
bedrijfsruimte. In 1962 is de joodse gemeente Nijkerk officieel
opgeheven en bij die van Amersfoort gevoegd. In dat jaar zijn
ook de beide joodse begraafplaatsen op Hoogstraten geruimd. De
begraafplaats aan de Oude Amerfoortseweg wordt tegenwoordig
onderhouden door de burgerlijke gemeente. Er werden in 2000
herstelwerkzaamheden verricht.
Op 10 april 2002 werd op de hoek van de de Bruins Slotlaan en
Vetkamp een monument ter nagedachtenis aan de 48 joodse omgebrachte
Nijkerkse joden onthuld. Sinds april 2004 herinnert een plaquette
op een schoenenwinkel aan de Singel in Nijkerk aan de synagoge die
vroeger op deze plek stond. De Stichting Joods Monument Nijkerk nam
hiervoor het initiatief.
Aantal joden in Nijkerk en omgeving:
| 1809 | 239 |
| 1840 | 206 |
| 1869 | 129 |
| 1899 | 149 |
| 1930 | 114 |
Oorkonde
1891
Oorkonde ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van Samuel J. Houthakker
(1842=1920) als hoofd van het Ned. Isr. Jongensweeshuis te Amsterdam op 3 maart ...
Collectie > Museumstukken > 07528
meer treffers in Collectie > Museumstukken
Fotoalbum
Twee losbladige fotoalbums met 148 kleurenfoto's van joodse
begraafplaatsen in Nederland, jaren '80.
Collectie > Fotos > 40006664
meer treffers in Collectie > Fotos
Dossier
Dossiers (158) van de Commissie voor Oorlogsschade mbt 155 joodse
gemeentes (Amsterdam en mediene), 1945-1950.
Collectie > Documenten > 00005954
meer treffers in Collectie > Documenten
[Binnenland] : Amsterdam
1898
Bericht over binnengekomen extra giften bij het
"Weldadigheidsfonds" in de maand januari.
Collectie > Joodse pers > 20044574
meer treffers in Collectie > Joodse pers
'Van jubileum....naar catastrofe : de Joodse gemeenschap van Nijkerk in de periode 1926...
2007
'Van jubileum....naar catastrofe : de Joodse gemeenschap
van Nijkerk in de periode 1926-1945.
Collectie > Literatuur > 12013189