De Grote Synagoge is de
oudste van de vier synagogen waarin het Joods Historisch Museum
gevestigd is. Van deze voormalige synagogen heeft de Grote
Synagoge altijd het meest in aanzien gestaan. Het gebouw is dan ook
veelvuldig afgebeeld en er is veel over geschreven.
De Hoogduitse joodse gemeente van
Amsterdam is in 1635 opgericht en kwam aanvankelijk op
verschillende locaties bijeen. Door de grote toestroom van joodse
emigranten uit Oost-Europa, op de vlucht voor oorlogen en pogroms,
groeide de gemeente echter zo snel dat in 1670 een perceel werd
aangekocht om een eigen synagoge te bouwen.
Als aannemer en meester-metselaar werd Elias Bouman aangetrokken.
Hij bouwde tevens het Pintohuis en enkele jaren na de Grote
Synagoge de Portugese Synagoge.
In de bouwstijl van de Grote Synagoge is ook de invloed van stadsbouwmeester Daniel Stalpaert te herkennen. Er zijn overeenkomsten met de onder andere door hem ontworpen Oosterkerk in Amsterdam.
De totale bouwkosten bedroegen 33.000 gulden. Om de
bouw te financieren verstrekte de stad Amsterdam een
lening van 16.000 gulden aan de joodse gemeente. Ook werden ten
behoeve van de financiering zitplaatsen in de synagoge
verkocht.
De plechtige inwijding van het gebouw vond plaats op 25 maart
1671. Hiermee was het de eerste van buiten als zodanig herkenbare
Hoogduitse synagoge in Amsterdam.
De twee vierkante huisjes die tegen de synagoge aangebouwd zijn
waren in gebruik als mikwe (het
huisje op de hoek) en als bestuurskamer en woning voor de koster.
De lange schoorsteen op het dak van het hoekhuisje hoort bij het
mikwe.
De
Grote Synagoge is bijna vierkant, de afmetingen binnen bedragen
ruim 16 bij 17 meter. Vier witgemarmerde kolommen dragen de drie
houten gewelven die in de lengterichting lopen.
Uit een register van eind 18e eeuw blijkt dat de Grote Synagoge
toen plaats bood aan 399 mannen en 368 vrouwen. Het gebouw heeft
aan drie zijden galerijen. Twee ervan waren in gebruik als
vrouwengalerij, zoals te zien is aan het hoge
afscheidingshek.
Uit het feit dat er ook een galerij met lage balustrade was,
bestemd voor mannelijk bezoekers, kan worden afgeleid dat de
benedenruimte van de Grote Synagoge al van begin af aan te
weinig ruimte bood. Centraal in die ruimte stond de bima, daaromheen waren de banken
gegroepeerd.
Kenmerkend voor het gebouw is de imposante marmeren Ark die in
1671 door Abraham ben Isaac Auerbach uit Coesfeld aan de gemeente
geschonken werd.
Op de Ark, die getooid wordt door de 'kroon der Tora', staan
verschillende Hebreeuwse liturgische teksten. De opschriften op de
voet van twee zuilen, die de ingang van de ark omlijsten, vermelden
in het Hebreeuws de stichtersnaam en -datum (5)431 (=1671), en de
data van twee restauraties in 1855 en 1913.
Een gravure uit 1737 gemaakt
door Pieter Tanjé naar een tekening van L.F. du Bourg geeft een
indruk van het interieur in zijn oorspronkelijke staat.
Restauraties en verbouwingen
In de loop der eeuwen zijn er diverse keren veranderingen
aangebracht aan het gebouw.
In 1776-1777 is het hoekhuisje uitgebreid en werd er aan de kant
van de Nieuwe Amstelstraat een voorportaal gebouwd over de volle
breedte van de synagoge.
Bij een latere verbouwing in 1822-1823 werd het huidige
neoclassicistische ingangsportaal aangebracht.
Toen werd ook het mikwe, dat in die tijd alleen nog dienst deed voor gasten, buiten werking gesteld. Er waren inmiddels andere mikwes in de directe omgeving gekomen.
Het mikwe werd herontdekt in de
periode 1976-1987, toen het gebouw gerestaureerd werd om daarna de
functie van museum te krijgen.
Tijdens diezelfde restauratie werd ontdekt dat oorspronkelijk twee van de drie galerijen voor vrouwen bestemd waren, maar dat de derde galerij plaats bood aan mannen.
Andere veranderingen betroffen vooral de raampartij. In 1776 werden ijzeren ramen met glas-in-lood aangebracht. In 1855-1856 onderging het hele synagogencomplex een onderhoudsbeurt. Er werden weer houten ramen aangebracht en de blauwe kleur in het interieur werd overgeschilderd met donkerbruin en oker.
In 1911-1913 werd een schuin oplopende betonnen vloer gestort, er kwam een zangersbalkon boven de galerij aan de kant van de Nieuwe Amstelstraat en in de oostmuur van de Grote Synagoge werden felgekleurde glas-in-loodramen geplaatst.
Tweede Wereldoorlog en later
De synagoge werd in september 1943 op last van de bezetter
gesloten. In de hongerwinter van 1944-1945 werden alle galerijen
gesloopt om als stookhout gebruikt te worden.
In 1954 heeft de gemeente Amsterdam het leeggeplunderde complex, waartoe ook de Nieuwe Synagoge en de kleinere Obbene en Dritt Sjoel behoren, overgenomen. Onder leiding van architect J. Schipper vond in 1966 een ingrijpende restauratie plaats.
Na de verbouwing door Premsela Vonk en Partners in samenwerking met de architect Roy Gelders in de periode 1976-1987 biedt het complex nu huisvesting aan het Joods Historisch Museum. Bij die restauratie zijn de synagogen hersteld naar de situatie in 1822. De bovengenoemde aanpassingen zijn toen weer verwijderd.
In de Grote Synagoge is een virtuele reconstructie te zien, die de ruimte weergeeft in verschillende perioden. Deze virtuele reconstructie is ook via de website te bekijken.
Op de begane grond van de Grote Synagoge is de tentoonstelling
gewijd aan joodse religie en traditie.
Op de galerijen van de Grote Synagoge is de geschiedenis van de joden in Nederland vanaf hun komst rond 1600 tot 1890 te zien.