Al in 1680 kocht de
Hoogduitse gemeente twee huisjes met klokgevels, gelegen aan de
huidige Nieuwe Amstelstraat. Deze lagen vóór de houten vleeshal die
op de plek stond waar in 1685 de Obbene Sjoel zou
verrijzen.
Op een anonieme gravure uit 1693 getiteld De Hoogduytse
Joode Synagoge zijn de huisjes nog te zien.
In 1700 werd in deze huisjes een synagoge gevestigd die
de Dritt Sjoel genoemd werd.
In 1777 werden de oude huisjes vervangen door een nieuw gebouw dat op 3 april 1778 werd ingewijd. Dit nieuwe gebouw kennen wij nu nog als de Dritt Sjoel.
De benedenruimte en de
bijbehorende galerijen aan weerszijden waren bedoeld voor
synagogediensten. Ook deze galerijen waren, net als in de
Obbene Sjoel, uitsluitend voor mannen.
Volgens een boedelbeschrijving uit het eind van de
achttiendne eeuw waren er 164 zitplaatsen.
De beide verdiepingen boven de synagogeruimte waren aanvankelijk
in gebruik als leerlokaal van het genootschap Beth Hamidraj Ets
Haim, tot dit leerhuis in 1883 naar Rapenburgerstraat 109
verhuisde.
Na een verbouwing van de bovenverdiepingen in 1884 nam het
genootschap Resjiet Chochma (begin der wijsheid) haar intrek in
deze ruimtes.
In de oorlogsjaren is het volledige interieur van
de synagoge verloren gegaan. Van de Ark zijn alleen sporen op de
wand achtergebleven.
Nadat de gemeente Amsterdam in 1954 de gebouwen overnam, werd
ook de Dritt Sjoel in 1996 gerestaureerd door architect J.
Schippers. Hij bracht de voorgevel, waar in
1855-1856 tussen de twee deuren één groot venster was
aangebracht, grotendeels terug in de oude staat.
Van 1981 tot 1985 (toen het synagogencomplex al zijn bestemming van Joods Historisch Museum had gekregen) hebben de bezoekers van de Russensjoel, die wegens verbouwing niet gebruikt kon worden, hun synagogediensten in de gerestaureerde Dritt Sjoel gehouden.
Nu bevinden zich kantoren van het Joods Historisch Museum in de
Dritt Sjoel.