Op de hoek van de Amstel en de Zwanenburgwal staat
sinds 1988 het joodse verzetsmonument van de Belgische beeldhouwer
Josef Glatt: een metershoge zwartgranieten zuil met daarop
afgebeeld de stenen tafelen. Op de zijkant staat in het Nederlands
en het Hebreeuws een tekst van de profeet Jeremia: 'Waren mijn
ogen een bron van tranen, dan zou ik dag en nacht wenen om de
gevallen strijders van mijn dierbaar volk.'
Initiatiefnemer van het monument was de in 1986 opgerichte Stichting Comité Joods Verzet 1940-1945. Bij de onthulling stelde Dick Dolman, de toenmalige voorzitter van de Tweede Kamer: 'Zowel kwalitatief als kwantitatief heeft het joods verzet het niet-joods verzet overtroffen. Er is verzet gepleegd door circa duizend joodse verzetsstrijders, van wie 500 hun daden met de dood moesten bekopen.'
Jaarlijks vindt bij dit monument de herdenking van de Kristallnacht plaats, de nacht van 8 op 9 november 1938, toen in heel Duitsland joden werden aangevallen. Bijna alle synagogen werden in brand gestoken, zo'n 7000 joodse winkels geplunderd en tal van joodse bezittingen beklad. Deze door de nazi's georganiseerde pogrom was het begin van de nauwkeurig geplande vervolging en vernietiging van de joden in Duitsland.