Oorlogsdagboek

Etty’s houding tegenover de oorlog

Etty's dagboek is geschreven tijdens de oorlog. Maar de oorlog zelf lijkt haar in het begin niet erg te raken. Ze is niet erg in politiek geïnteresseerd en vooral met andere dingen bezig. 
Ik vraag me af hoe het komt dat deze oorlog en alles wat daarmee samenhangt me zo weinig raakt. Misschien omdat het m'n tweede wereldoorlog is? De eerste heb ik beleefd, fel en intens, uit de naoorlogse literatuur (dagboek eind 1941).

Haar dagboeken gaan meer over Spier en over haarzelf. Op 24 oktober 1941 schrijft ze: Vanavond nieuwe verordening op de joden. Ik heb mezelf toegestaan daar een half uur gedeprimeerd en onrustig over te zijn en het is duidelijk dat ze haar leven niet door de oorlog wil laten beïnvloeden. Ze heeft iets stoers en als ze met een groep mensen bij de Gestapo staat, is ze niet bang, maar heeft ze medelijden met een Gestapo-jongen (dagboek 27 februari 1942). Zo dient ze ook een man van repliek die, terwijl ze uit de apotheek komt, vraagt of ze daar wel mag kopen (dagboek 4 juli 1942). Ook als de anti-joodse maatregelen hun intrede doen, blijft ze positief: We mogen niet meer op de Wandelweg wandelen en ieder ongelukkig groepje van 2 a 3 bomen is tot bos verklaard en daar is dan een bordje opgeprikt: voor joden verboden. Er komen steeds meer van die bordjes, overal. En dat er toch nog zoveel ruimte is waar men kan leven en vrolijk zijn en musiceren en elkaar liefhebben (dagboek 17 maart 1942). Het leven is mooi [..] terwijl ik toch wéét dat zonen van moeders [..] in concentratiekampen vermoord worden (dagboek 28 maart 1942).  Ze vindt het een historische taak erdoor te komen. Er is iets in me, iets heel hards en onverwoestbaars, dat weet dat het ook andere omstandigheden zal kunnen dragen [..] Angstige visioenen voor de toekomst heb ik ook niet. [..] Maar als het moeilijker voor ons worden gaat, ben ik bereid en klaar het te dragen (dagboek 29 april 1942).   

Over Spier is ze heel blij dat hij een Jood is en ik een Jodin (dagboek 29 april 1942) en ze wil ernaar streven met hem samen deze tijden door te komen.

Etty lijkt de oorlogssituatie van een afstand te observeren en zo te relativeren. Het is misschien toch wel eens de moeite dat men zelf bij de geschiedenis aanwezig is. Men kan dan constateren wat er nog meer is, behalve wat er in de schoolboekjes staat. - Die meneer door de Beethovenstraat van vanmiddag is vermeldenswaard. Net een eerste crocus, die de grond uitkwam en waar je verrukt naar kijkt. Hij droeg een grote gouden ster triomphantelijk op zijn borst. Hij was in z'n eentje net een optocht en een demonstratie. En hij fietste daar zo vergenoegd. En al dat geel, ik kreeg opeens de poëtische gewaarwording, dat er een zon over hem opging, zo vreselijk stralend en geel en vergenoegd zag hij eruit. - Nou ja, zus, zo vergenoegd is het allemaal niet en jij schijnt werkelijk over alles poëtisch te kunnen gaan doen (dagboek 30 april 1942).

Ook op de avond waarop ze de jodenster hebben moeten opdoen, vindt ze het leven toch mooi en levenswaard [..] We mijmerden wat over middeleeuwen en historie en gele sterren en psychologie. Over vele jaren leren de kinderen op school van ghetto's en gele sterren en terreur, en de haren zullen ze te berge rijzen.

En dan schrijft ze: Ik heb me gisteren weer afgevraagd of ik toch echt 'weltfremd' ben, omdat al die maatregelen me persoonlijk zo weinig raken.[ ..] Soms kan ik zo'n maatregel ondergaan als iets indrukwekkends vanwege de historische merkwaardigheid, iedere nieuwe verordening krijgt als het ware direct z'n plaatsje toebedeeld in de eeuwen en dan bezie ik haar vanuit een verdere eeuw (dagboek 30 april 1942).

Maar ze is zich wel bewust van het 'Massenschicksal' en dat de bedreigingen van buiten steeds groter worden, en terreur stijgt met de dag (dagboek 18 mei 1942).

Op vrijdag 12 juni 1942 schijnt het erdoor te komen dat joden niet meer in groentewinkels mogen komen, dat ze hun fietsen moeten inleveren en niet meer in de tram mogen en 's avonds na 8 uur binnen. [..] Meestal slaan de dreigendste maatregelen - en het zijn er nogal wat tegenwoordig -  te pletter tegen mijn eigen innerlijke zekerheid en zelfvertrouwen, en, verwerkt in mij, verliezen ze veel van hun dreiging.

Een week later is ze nog steeds positief. En overal bordjes die wegen, de vrije natuur in, voor joden versperd hielden. Maar boven dat ene stuk weg dat ons blijft, is ook de volledige hemel. [..] Ik ben een gelukkig mens en prijs dit leven, jawel, in het jaar des heren 1942, het zoveelste oorlogsjaar' (dagboek 20 juni 1942) 'Al blijft ons één nauwe straat waardoor we mogen gaan, boven die straat staat toch de hele hemel. En die drie denneappels zullen me begeleiden als het moet tot in Polen (dagboek 21 juni 1942).

Ik zit nu gescheiden van mijn ouders en kan ze niet bereiken, ook al zijn ze maar twee uur reizen van mij vandaan. [..] Maar ik weet dat er een tijd komen kan dat ik niet weet waar ze zijn, dat ze gedeporteerd zijn en dat ze ergens ellendig omkomen. Het laatste bericht is dat alle joden uit Holland weggetransporteerd zullen worden, via Drenthe naar Polen. En de Engelse zender berichtte ons dat er sinds verleden jaar 700.000 joden zijn omgekomen, in Duitsland en de bezette gebieden. [..] En toch vind ik dit leven schoon en zinrijk. Van minuut tot minuut (dagboek 29 juni 1942).

De anti-joodse maatregelen worden heviger en gaan ook Etty's leven meer en meer bepalen. 
Ons leven wordt hier van dag tot dag bedreigder en wat het einde van dit alles zal zijn weten we niet (dagboek 22 juni 1942).

 

jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl