De schrijfster en het dagboek

Etty's dagboek in de dagboektraditie

Op zaterdag 8 maart 1941 begint Etty Hillesum, zeer waarschijnlijk op aanraden van Julius Spier, te schrijven aan het dagboek dat haar postuum wereldberoemd zal maken. Ze schrijft elf cahiers vol tot ze op 12 oktober 1942 haar laatste dagboekaantekening maakt. 
Vanaf
het allereerste moment dat Etty aan het schrijven slaat, is duidelijk dat zij haar dagboek wil gaan gebruiken als middel tot zelfonderzoek en zelfreflectie en vanuit de behoefte dingen op te schrijven.

Zo een verlangen een paar woorden op te schrijven (dagboek 8 april 1942) en twee maanden later: Ik heb Han ook proberen uit te leggen dat iemand als ik verplicht is zich rekenschap van al z'n stemmingen te geven, om ze op die manier onder controle en discipline te krijgen, omdat ze me anders overwoekeren zouden. En een dagboek, nu ja een dagboek is er toch eigenlijk alleen voor om met allerlei stemmingen tot klaarheid te komen, tenminste bij mij is dat zo (dagboek 6 juni 1942).

Met haar dagboek sluit Etty aan bij een traditie van dagboeken schrijven die zijn wortels heeft in de achttiende eeuw en die in de negentiende eeuw aan kracht wint. Naast het luchten van een bezwaard gemoed vormen ook moeilijke tijden vaak een aanleiding om aan een dagboek te beginnen. Zo houden tijdens de Tweede Wereldoorlog meer mensen dan normaal een dagboek bij; men wil als het ware getuigenis afleggen. Hoewel die motivatie bij Etty ongetwijfeld ook meespeelt, lijkt die bij haar toch minder sterk te zijn dan haar behoefte aan introspectie. Haar dagboek is tamelijk filosofisch en sterk beïnvloed door haar spirituele ontwikkeling. Gezien haar gerichtheid op het eigen ik valt het ook te begrijpen dat zij zeer onder de indruk is van de autobiografie van Augustinus.
Ten slotte gebruikte Etty haar dagboek ook als middel om haar schrijfstijl te oefenen. Haar ambitie is om schrijfster te worden. We zien haar stijl in de loop van de tijd inderdaad beter worden. Uit haar wens dat haar geschriften gepubliceerd zullen worden, blijkt duidelijk dat zij schrijft om gelezen te worden. 

Etty als schrijfster

Etty heeft altijd al schrijfster willen worden. Andere meisjes hadden een visioen van een man met kinderen. En ik had altijd één bepaald visioen: een hand die schreef (dagboek 3 oktober 1941).

Zodra Etty bij Spier in therapie gaat, en waarschijnlijk op aanraden van Spier, begint ze een dagboek te schrijven. In haar dagboek probeert ze een literaire vorm te vinden om haar gedachten en gevoelens vast te leggen en oefent ze zich in het vinden van 'de juiste penseelstreken'. Het dagboek past goed in haar literaire ambitie en kan later materiaal vormen voor een roman. Opvallend is dat ze in sommige van haar brieven al uit haar eigen dagboeken citeert. Ze heeft weinig last van geremdheid bij het opschrijven van haar gedachten en gevoelens en het geremde gemoed prijs geven aan een onnozel stuk lijntjespapier (dagboek 9 maart 1941).
In het begin kost het schrijven haar soms nog moeite; de gedachten zijn soms zo klaar en helder in het hoofd en de gevoelens zo diep, maar opschrijven, dat wil nog niet, maar het gaat haar steeds makkelijker af. Dit is werkelijk een vreemd verschijnsel, nu ik een keer begin te schrijven, kan ik niet meer ophouden. Ze gaat beter schrijven en haar stijl ontwikkelt zich. Rilke is haar grote voorbeeld. Uit zijn werk leert ze dat ze geduld moet hebben.
Vroeger heb je nooit iets kunnen opschrijven uit eerzucht. Het moest en zou direct iets geweldigs, iets volmaakts zijn en je durfde je niet te permitteren zomaar eens iets op te schrijven, hoewel je soms bijna uit elkaar barstte van verlangen ernaar (dagboek 8 juni 1941).

Ook moet ze haar waarneming verscherpen en een onderwerp zoeken om over te schrijven. De onderwerpen dienen zich aan: het leven om haar heen en het lot van de joden in kamp Westerbork. Ze wil namelijk niet zomaar schrijfster worden, maar ik wil de kroniekschrijfster worden van veel dingen uit deze tijd. Ik geloof soms dat ik die taak heb [..] alles moet door mij beschreven worden' (dagboek augustus 1941). En met deze slanke vulpen zou ik nu moeten zwaaien als was het een hamer en de woorden zouden even zovele mokerslagen moeten zijn om te vertellen over ons lot en over een stuk geschiedenis [..] Er moeten toch een paar mensen overblijven om later de kroniekschrijver te zijn van deze tijd. Ik wil graag zo'n klein kroniekschrijvertje zijn later (dagboek juli 1942). Ze weet heel overtuigend situaties te beschrijven en haar schildering van kamp Westerbork zal niet alleen van literaire waarde, maar ook van groot historisch belang blijken.

Toen ik 's avonds door de lauwe nacht naar huis liep, zo licht en zo loom tegelijkertijd van die witte Italiaanse Chianti, was er opeens weer die zekerheid die nu, met een penhouder in m'n vingers weer helemaal weg is: ik zal later schrijven. M'n lange nachten dat ik zitten zal en schrijven, dat zullen m'n mooiste nachten zijn.  (dagboek 26 mei 1942)

jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl