De Joodse Raad en Westerbork

Algemeen Secretariaat van de Joodse Raad aan de LijnbaansgrachtEen baan bij de Joodse Raad

Etty oordeelt negatief over de rol die de Joodse Raad speelt bij de vervolgingen. Toch solliciteert ze er op aanraden van haar broer Jaap, als ze een oproep voor Westerbork verwacht, naar een baantje.
Men beveelt mij aan nog een schijnbaantje bij de Joodse Raad te krijgen [..] Maar om hier iets te ondernemen vind ik zinloos en onlogisch. En het ligt me trouwens ook niet om van goede connecties gebruik te maken (dagboek rond 11 juli 1942).

Ondanks haar tegenzin schrijft ze een brief.
Die sollicitatiebrief naar de Joodse Raad op Jaaps dringend aanraden heeft me even uit m'n blijmoedige en toch ook weer doodernstige evenwicht van vandaag gebracht. Net of dat een soort onwaardige handeling is. Dat zich verdringen om dat ene stukje drijfhout op die eindeloze oceaan na de schipbreuk (dagboek 14 juli 1942).

Ze krijgt een baantje op het kantoor Lijnbaansgracht en op 15 juli treedt ze er in dienst als typiste op de afdeling Culturele Zaken van de Joodse Raad.
Morgen kom ik in de hel, ik moet goed uitrusten om het werk daar aan te kunnen (dagboek 16 juli 1942). Haar werk vindt ze onzinnig en ze vindt het er een 'dolhuis [..] er confereren 100 mensen door elkaar in een kleine ruimte, schrijfmachines tikken en ik zit ergens in een klein hoekje en lees Rilke' (dagboek 25 juli 1942).

Ik ben ook inderdaad oncollegiaal tegenover die tikkende juffrouwen daar. Ik vind het werk nu eenmaal stompzinnig en zinloos en probeer me er zoveel mogelijk aan te onttrekken (dagboek 27 juli 1942).

Ze zal er slechts twee weken blijven. Kort hierop laat ze zich op eigen verzoek overplaatsen naar de afdeling Sociale Verzorging Doortrekkenden in Kamp Westerbork. Dit werk vindt ze wel zinvol.

Westerbork

In Westerbork komt ze op 30 juli 1942 aan. Ze maakt er vrienden en leert er onder meer Philip Mechanicus, Jopie Vleeschhouwer en M. Osias Kormann kennen.

Als lid van de Joodse Raad krijgt ze een speciaal reisvisum, waardoor ze vanuit Westerbork nog enkele malen naar Amsterdam kan terugkeren. Maar eenmaal in Amsterdam schrijft ze: die twee maanden tussen dit prikkeldraad, die de intensiefste en rijkste maanden uit mijn leven waren[..] Ik heb het zo liefgekregen, dat Westerbork en ik heb er heimwee naar. (dagboek 17 september 1942).

Begin oktober 1942 is ze nog in Amsterdam, maar wil ze graag naar Westerbork terug. Ze vindt ook dat ze daar hoort te zijn; ze wil solidair zijn met andere joden. Ik wil woensdag zo graag gaan, al is het maar voor twee weken en ook al weet ze dat er steeds meer SS in het kamp is en steeds meer prikkeldraad eromheen. Tot God bidt ze: Mag ik a.s. woensdag voor twee weken terug naar de hei en als het dan niet goed met me gaat, zal ik hier blijven en gezond worden [..] Ik heb het gevoel dat het nog niet áf is, mijn leven daar, nog geen afgerond geheel [..] En nu schijn ik dus "gesperrt" te worden. Nu moet ik zeker in de lucht springen van plezier [..] Wat heb ik toch een haast om alle noden met anderen te gaan delen achter prikkeldraad.

Op 20 november 1942 keert ze weer terug naar Westerbork, waar ze schrikt van de verslechterde omstandigheden. Op 5 december 1942 gaat ze ziek naar Amsterdam terug en hier is ze de hele winter ziek. Maar ze wil graag haar werk in Westerbork hervatten en mensen steunen die op transport moeten. Om deze reden slaat ze ook aanbiedingen om onder te duiken af; ze wil het lot van haar volk met dit volk delen. Het duurt een half jaar voordat ze zover hersteld is dat ze begin juni 1943 weer terug kan naar Westerbork. Dit is dan definitief en hierna komt ze niet meer in Amsterdam.

Het huisje, waarin ik dit keer ondergebracht ben, houdt het midden tussen een klein pakhuis en een houten boudoir. Bedden drie- en tweehoog, overal koffers en dozen en bloemen op tafel en op de vensterbank en een paar languissante vrouwelijke collega's in lange zijden peignoirs. Allerwonderlijkst (brief aan Han Wegerif 7 juni 1943).

Op 3 juli 1943 is haar toon een stuk somberder.  De ellende die hier heerst, is werkelijk onbeschrijfelijk. In de grote barakken leeft men als ratten in een riool (brief 3 juli 1943).
Op 6 juli 1943 raken de medewerkers van de Joodse Raad Afdeling Westerbork hun bijzondere status kwijt. De helft van hen keert dan terug naar Amsterdam, de andere helft blijft achter in Westerbork en wordt daar tot gewone kampbewoners. Etty behoort tot de helft die achterblijft, omdat ze bij haar ouders en broers, die intussen ook naar Westerbork zijn gedeporteerd, wil blijven.  

Vanaf juli 1943 mag ze nog maar eens in de veertien dagen een brief vanuit het kamp schrijven. Op 7 september 1943 wordt zij met haar familie op transport gesteld. 

 

jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl