Etty's familieleden

Familieportret van de familie Hillesum, 1931 (JHM F002172)Etty's directe familie bestaat uit haar vader Louis Hillesum, haar moeder Riva/Rebecca Hillesum-Bernstein, en haar broers Jaap en Mischa Hillesum.

Louis Hillesum, circa 1924 (JHM, F900251)Louis Hillesum

Etty's vader is dr. Louis (Levie) Hillesum (1880-1943). Ten tijde van de geboorte van zijn dochter Etty, in 1914, is hij leraar klassieke talen in Middelburg. 
Omdat hij als leraar veel ordeproblemen heeft, wisselt hij nogal eens van school en zo wordt hij achtereenvolgens nog leraar in Hilversum en Tiel en conrector in Winschoten. In 1924 wordt vader Hillesum leraar aan het Stedelijk Gymnasium in Deventer, naar welke school ook Etty zal gaan. Van deze school wordt hij in 1928 rector, wat hij blijft tot hij in 1940 door de bezetter wordt ontslagen 

Louis Hillesum is een intellectueel en een boekenwurm. Hij heeft ooit rabbijn willen worden, maar heeft zich op de klassieke talen toegelegd. Later is hij ook sterk geassimileerd. Louis is een kleine stille man met lichamelijke gebreken, een kamergeleerde, erudiet en vol humor, een zeer dierbare, roerende, beminnelijke persoon, zegt Etty over hem. Toch heeft ze geen heel gemakkelijke relatie met hem. Beide ouders Hillesum werken hun drie kinderen op de zenuwen en het ouderlijk huis is voor hen geen rustgevende plek. Louis vlucht vaak in filosofische bespiegelingen en hij is geen krachtige vader die zijn kinderen een stevig fundament biedt.

Mischa kondigde mij zijn [vaders] komst aan voor zaterdagavond. Eerste reactie: afschuwelijk. Bedreigd in mijn vrijheid. Lastig. Wat moet ik met hem doen? In plaats van: wat prettig dat die goeie man een paar dagen van z'n opgewonden echtgenote en uit z'n dooie provincieplaats vandaan is. [..] Mijn vader die op hogere leeftijd al z'n onzekerheden, twijfel, waarschijnlijk ook zuiver lichamelijk minderwaardigheidscomplex, moeilijkheden in z'n huwelijk, die hij niet heeft kunnen oplossen enz. enz., heeft overkoepeld door een philosophische allure, die volkomen echt is, beminnelijk en vol humor en zeer scherpzinnig, maar bij alle scherpzinnigheid toch heel vaag (dagboek 30 november 1941).

Het is zo vreemd: als vader de geringste zucht slaakt, dan breekt m'n hart ongeveer en als moeder met veel pathos zegt: Ik voel me toch zó ellendig, ik heb weer geen oog dichtgedaan enz., dan raakt me dat innerlijk niet [..] Kletswijf, rotmens, jengel toch niet zo, ja hoor, klets maar raak. Dat zijn mijn innerlijke reacties als moeder tegen me zit te praten. Moeder is iemand die je het bloed onder de nagels vandaan kan halen. Ik probeer haar objectief te zien en probeer haar ook een beetje lief te hebben, maar opeens zeg ik dan weer hartgrondig tegen mezelf: wat ben je toch een belachelijk en gek mens (dagboek, Deventer, augustus 1941).

Brief uit Westerbork van Louis Hillesum aan Christine van Nooten, juni 1943 (JHM D 14813)Louis Hillesum is niet alleen maar kamergeleerde, hij heeft ook andere kanten. Hij is goed bevriend met zijn vroegere collega Christine van Nooten, een jonge lerares klassieke talen in Deventer. Na zijn ontslag als rector aan het gymnasium krijgt hij in het geheim een relatie met haar. Ze wisselen vele liefdesbrieven uit.
Nadat in 1942 de uittocht van Deventer joden is begonnen, worden de Hillesums op 7 januari 1943 gedwongen naar de Retiefstraat 11hs in Amsterdam te verhuizen. Bij de grote razzia in Amsterdam op 20 en 21 juni 1943 worden ze samen met Mischa, die bij hen is komen wonen, opgepakt en naar kamp Westerbork afgevoerd. Etty zit daar dan al.
En mijn ouders bereiden zich voor op zo'n transport, tenzij onverwachts Barneveld toch nog iets wordt. Met vader liep ik laatst door de stuivende zandwoestijn wat te kuieren [..] Hij zei heel vriendelijk en rustig langs z'n neus weg: "Eigenlijk ga ik maar het liefst gauw naar Polen, dan ben ik er des te gauwer af, in drie dagen ben ik er geweest en zo heeft het toch geen zin meer om dit onmenswaardig bestaan voort te zetten". (brief juli 1943).
Op 7 september 1943 wordt de familie, inclusief Etty, vanuit Westerbork op transport gezet. Op 10 september 1943 komen beide ouders ofwel tijdens dit transport om, ofwel ze worden meteen na aankomst in Auschwitz-Birkenau vergast.

Rebecca Hillesum met haar dochter Etty, 1914 (JHM F006581)Riva Hillesum

Etty's moeder, Riva/Rebecca Hillesum-Bernstein (1881-1943), is op 23 juni 1881 geboren als dochter van Michael Bernstein (ook wel Berenstein) en Hinde Lipovky in de Russische plaats Potsjer in het joodse vestigingsgebied, waar al sinds de zeventiende eeuw joden woonden. Op de vlucht voor de zoveelste pogrom in Potsjer, verlaat Riva Rusland. Volgens haar zoon Jaap doet ze dat 'kaalgeschoren, in soldatenuniform lopend door de steppen, om niet op te vallen. Zij wordt beschreven als een vrouw met weinig zin voor realiteit, geëxalteerd, met een grillig humeur en Slavisch temperament, druk, chaotisch en dominant. Ze neemt nooit een blad voor de mond en heeft het talent om alles eruit te gooien; een probaat middel om niets op te kroppen, maar niet altijd bevorderlijk voor het sociale verkeer. Nadat Riva in haar eentje in de Russische winter ruim 1800 kilometer naar Amsterdam heeft afgelegd is zij hier kwartiermaakster, de eerste van haar familie die hier aankomt. In het vreemdelingenregister staat over haar op 18 februari 1907: onderwijzeres in de Russische taal, blond haar, blauwe ogen, een normale neus en mond, haar kin is rond en haar kleur gezond, geloof Isr.

Twee maanden later, op 13 mei, meldt ook haar broer Jacob zich bij de Amsterdamse politie. Later komen ook hun ouders, Michel/Michael en Hinde Bernstein bij hen wonen. Als adres wordt de Tweede Jan Steenstraat 21 tweehoog vermeld. Daar wonen ze in bij de familie Montanjees. Nathan Montanjees woont op tweehoog en Jacob Montanjees op eenhoog.

In 1912 trouwt Riva met Louis Hillesum en uit dit huwelijk wordt op 15 januari 1914 Etty geboren.   

Briefkaart van Mien Kuyper aan Christine van Nooten over een door haar ontvangen briefkaart uit Westerbork van Riva Hillesum, augustus 1943 (JHM D014818)Etty heeft aanvankelijk een moeizame verhouding met haar moeder. Moeder is voor mij het voorbeeld hoe ik niet worden moet. Daar is ze nu, goed gekleed, bijna elegant, jong voor haar 60 jaren, levendig, vitaal, maar ik weet, dat ze dit maar bij momenten is. Die ene dag opgeschroefde vitaliteit moet ze weer betalen met zich dagenlang slecht voelen (dagboek 30 okt. 1941). Later wordt de verhouding iets beter. Nog in Deventer schrijft Etty: Er is wel heel veel veranderd in mijn innerlijke verhouding tot m'n ouders, veel knellende banden weg en daardoor meer krachten vrij om ze werkelijk vrij lief te hebben (dagboek 16 april 1942). In Westerbork groeien de Hillesums onder druk van de ellendige omstandigheden naar elkaar toe. De gezinsband wordt hechter, ze worden milder voor elkaar. Nu ze niet weten hoe lang ze nog hebben, willen ze er voor elkaar zijn. Vooral Etty is erg zorgzaam voor haar ouders.

Riva Hillesum is ook de enige van het gezin die zich niet neerlegt bij het gegeven van hun deportatie, maar elke strohalm aangrijpt, brieven schrijft en bekenden aanklampt. Ze dringt er bij haar man op aan een brief te schrijven aan secretaris-generaal Van Dam om op de lijst-Van Dam te worden geplaatst; een groep joden kan via deze lijst in Barneveld ondergebracht worden en van deportatie naar Westerbork worden vrijgesteld. Louis Hillesum schrijft deze brief tegen zijn zin. Het antwoord is negatief. Eenmaal in Westerbork vraagt Riva aan Philip Mechanicus, die daar veel invloed heeft, of hij iets voor hen kan doen. Dit blijft ook zonder resultaat.    

Jaap Hillesum, ca. 1930 (JHM F 275N014)Jaap Hillesum

Jacob/Jaap Hillesum (Hilversum 1916-1945) is intelligent, maar geestelijk labiel. Hij kan erg verward praten en heeft veel fantasie. Hij denkt dat alle vrouwen op hem vallen en zijn verhalen over vriendinnen berusten niet altijd op waarheid. 

In 1933 doet hij in Amsterdam eindexamen gymnasium en gaat medicijnen studeren. Vanaf september 1933 woont Jaap op de Apollolaan 29, waar ook Etty op dat moment woont. Als hij in november naar de Jan Willem Brouwersstraat 22hs verhuist, volgt Etty hem een maand later en in 1935 wonen ze samen op de Keizersgracht 612c. Ook Mischa voegt zich daar nog even bij hen. Jaap studeert twee jaar in Leiden, waarna hij weer naar Amsterdam terugkeert. Hij wordt een aantal malen opgenomen in een psychiatrische inrichting; waarschijnlijk is hij manisch-depressief. Alledrie de kinderen Hillesum zijn zeer getalenteerd en alledrie hebben ze psychische problemen. In 1939, na een aantal malen te zijn verhuisd in Amsterdam en in Leiden, en na enkele verblijven in inrichtingen, komt Jaap weer bij zijn ouders in Deventer wonen. Voor het uitbreken van de oorlog verhuist hij dan weer terug naar Amsterdam.
Tussen de rationele en cynische Jaap en de emotionele en filosofische Etty botst het nogal eens. Jaap werkt geloof ik moordend op de een of andere manier op me met z'n ijskoude en onzekere krampachtigheid, met z'n arrogantie, waar toch ook een onzekerheid achter zit. Ik heb een verschrikkelijk medelijden met hem en hij stoot me af. Dat laatste zal wel komen doordat hij mij, voor mijn gevoel tenminste, een beetje veracht (dagboek 30 oktober 1941). 

Jaap wordt arts en in juli 1942 wordt hij coassistent in het Nederlandsch Israëlietisch Ziekenhuis. Hij heeft een relatie met de oudere, getrouwde, Trudie Cohen-Gotthelf.
Wanneer zijn hele familie op transport gesteld wordt, is Jaap nog in Amsterdam. Drie weken later, tijdens de laatste grote razzia, wordt ook hij opgepakt, op 29 september 1943 en naar Westerbork gebracht.
Op grond van zijn functie als arts hoeft hij niet naar het gevreesde Auschwitz. Hij wordt op 15 februari 1944 met transport 82 vanuit Westerbork naar Bergen-Belsen gedeporteerd. Bij dit transport zit hij met zijn collega Sara Oudkerk. Ze zitten in personenwagons en in dezelfde wagon zit Jaap Meijer, die in Winschoten vlakbij de Hillesums woonde. Als ze langs Winschoten komen, halen ze herinneringen op aan de tijd dat ze daar samen woonden.
In het zicht van de bevrijding en van de geallieerden die in aantocht zijn, ontruimen de Duitsers het kamp. De ernstig verzwakte en uitgehongerde gevangenen worden de poort van Bergen-Belsen uitgejaagd en te voet naar de evacuatietreinen gestuurd. Op 17 april 1945 overlijdt de geheel verzwakte Jaap in de trein die de gevangenen vanuit Bergen-Belsen vervoert.

Mischa Hillesum achter de paino, ca. 1935 (JHM F002168)Mischa Hillesum

Michael/Mischa Hillesum (Winschoten, 1920-1944) is Etty's jongste broer. Hij geldt als muzikaal wonderkind en verhuist al op zeer jonge leeftijd naar Amsterdam om zich daar muzikaal te kunnen ontwikkelen. Zijn labiele geestesgesteldheid is voor zijn persoonlijke ontwikkeling echter een handicap. Lees meer over Mischa.
jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl