'Want wat anders zit er in haar zang - die nu al veel zuiverder geworden is - dan mijn krachten, die ik dag in dag uit aan haar gegeven heb? Ach, die grenzeloze kortzichtigheid en ondankbaarheid van de mensen. Hoevelen zijn er zo al niet door mijn handen gegaan, zonder dat er ook maar één bij was die voor mij begrip heeft opgebracht.'