'Het behoort tot mijn hoedanigheid van mens onder de mensen, hen te herinneren aan het leed dat men in onze tijd zo graag laat sterven.Toch heb ik daarbij nooit nagelaten te benadrukken, dat ik het leven liefheb en er driewerf ja tegen zeg. Om het leven geheel lief te hebben, moet je ook de andere kant, de dood met inbegrip van het leed, omvatten en begrijpen. Zo dienen mijn telkens herhaalde woorden te worden opgevat: ik wens alle mensen die mij lief zijn ingrijpende ervaringen toe, opdat ze gedwongen worden de weg in hun eigen diepte te gaan.'

Vgl 4704 V

Zie ook: 4704