'Dus eigenlijk ben ik het zelf, die ik in haar liefheb, en als ik haar heel diep en precies in de ogen kijk, dan zie ik daarin alleen mijn eigen gezicht weerspiegeld. Is dit niet symbolisch voor het feit, dat wij - als wij elkaar menen lief te hebben - altijd zelf alleen maar onderwerp en lijdend voorwerp zijn?'

Vgl 4439 V en 4963 (ongenummerd blad)

Zie ook: 4439 4963