achterblad
achterblad

'In dit geval een zeer groot zangeres. Daar is alleen één ding voor nodig, je moet kunnen geloven. Wat mij betreft, ik geloof ik u. Het is dus aan u, om te geloven. U krijgt een kans, en die doet zich geen tweede keer voor, om de grootste zangeres op aarde te worden. Maar voor mijzelf geloof ik ook in - in de verlossing door de vrouw. Ik ben niet voor niets herrezen. Ik ben niet voor niets Faust. Men moet mij alleen weten te gebruiken. En u moet weten, ik kan ook kussen, en dat is op allerlei manieren belangrijk - al zullen die u, trouwe echtgenote die u bent, misschien niet altijd juist voorkomen.' DABERLOHN (bij zichzelf) ‘Ik geloof dat het voor de eerste dag nu wel genoeg is, anders wordt ze nog bang voor me.’ (Hardop) ‘Maar, ik nader het eind van mijn betoog en we kunnen beginnen te zingen.’ PAULINKA ‘Mijn god, wat u daar niet allemaal vertelt, mijn hoofd duizelt ervan. Maar u lijkt me gevaarlijk, jonge man.’ DABERLOHN ‘God, mevrouw, wij kijken niet zo nauw. Met duizend stappen komt de vrouw, maar hoe ze zich ook haasten kan, in éne sprong zo komt de man. Maar kom, laten we nu gaan zingen!’

Aan de achterzijde van dit blad loopt het verhaal door: CS laat hier ook de nummering doorlopen. Vgl. 4436 V ,4444 V, 4844 V, 4880 V en 4945 t/m 4955 (ongenummerde bladen)

Zie ook: 4421  4436 4444 4844 4880 4901 4945