'Dat men een uitdrukking in de toon leggen kan, die uiting geeft aan de diepste gevoelens, die onze ziel doorwoelen. Maar ik merkte al gauw, dat de meeste kunstenaars, zangers, schilders of dansers òf hun eigen ik nooit bezeten, òf vergeten hebben. In de drukte van de grote stad, in de vleiende omgang met anderen, richt de mens zich op aan het eigen kruis - dat iedereen in meerdere of mindere mate dragen moet - en zingt, schildert en danst (als zielsuitdrukking is dat hetzelfde) op een wijze die wij tegenwoordig bij de meeste kunstenaars vinden - dat wil zeggen vlak.Hij zingt, schildert of danst niet meer voor zijn eigen voldoening, maar voor het publiek.'