DABERLOHN 'Ik ben dus nu al de herrezene, de arme Faust, zij het met de complicatie, dat ik ook nog draven moet en mijn geld verdienen. Maar ik ben niet goed in dat soort dingen, en nu ben ik bij u, en wel voor het zingen. Ik ben tot de conclusie gekomen dat juist het zingen een uiterst innige band met het leven geeft.'