'Veel in mijn theoriën zal u verwonderen.Toch ga ik slechts terug naar de natuur. De zuigeling, bij voorbeeld. Hij huilt, omdat hij honger heeft, en menig zanger zou hem benijden om de kracht en het uithoudingsvermogen van zijn stem. Toen u nog een klein meisje was, in Klingklangs tijd, toen zong u veel mooier. Nu heeft u een man, die u wel waardeert, maar niet liefheeft. U hebt vrienden die u vereren, maar zingen, dat doet u alleen nog maar voor het publiek.'