achterbladtransparant 1transparant 2
achterbladtransparant 1transparant 2

En nu sluit zich de kring van haar gedachten. Aan het graf van haar ouders begint zij te zingen: ' Was vermeid ich denn die Wege wo die anderen Weiser stehn? Suche mir versteckte Stege durch verschneite Felsenhöh'n. Habe ja doch nichts begangen dass ich Menschen sollte scheun. Welch ein törichtes Verlangen treibt mich in die Wüst hinein. Einen Weiser seh ich stehen unverrückt vor meinem Blick, Eine Strasse muss ich gehen, eine Strasse muss ich gehen, die noch keiner ging zurück.' (Wat zal ik de wegen mijden, waar de andere wijzers staan? Zoek ik mij verborgen dreven, die langs besneeuwde rotsen gaan. Ik heb toch immers niets misdreven, dat ik mensen schuw moet zijn. Wat is het voor dwaas begeren, dat mij jaagt naar de woestijn? Eén wijzer zie ik voor mij staan, die alle woelingen trotseerde. Eén weg heb ik slechts te gaan waar nog niemand weer van keerde.) En in gedachten voegt zij er aan toe: 'En nu moet ik terug naar mijn plicht, naar deze man met dit kind.'