De vorm van deze chanoekalamp is geïnspireerd op Ex. 25:31-40, waarin de zevenarmige kandelaar in het Tabernakel wordt beschreven met bloemkelken en bloesem aan de schacht en armen. De lamp werd in september 1753 door Sara Rintel (1690?-1761) officieel, samen met een voorhang en een geldbedrag als geschenk aangeboden, onder voorwaarde dat beide voorwerpen gebruikt zouden worden in de Grote Synagoge. Sara was een dochter van parnas Isaac Rintel en weduwe van parnas Chaim ben Jozpe Levi (overleden 1753), wiens familie een aantal winstgevende plantages in Suriname bezat. Overeenkomstig de schenkingsakte moest de weduwe voor de acht dagen van het Chanoekafeest kaarsen ter beschikking stellen. De restanten zouden aan haar worden teruggegeven, met uitzondering van de laatste dag en van sjabbat, omdat op die dagen de kaarsen werden opgebrand. Het belang van de schenking blijkt uit de vermelding ervan op de grafsteen van Sara Rintel, op de begraafplaats te Muiderberg.
Zie ook de uitleg in de woordenlijst over: chanoekia
| object | chanoekia |
| maker | Robol II, Pieter |
| materiaal | zilver |
| datering | 1753 |
| plaats | Amsterdam & Nederland |
| hoogte | 102.0 |
| breedte | 131.0 |
| diepte | 44.5 |
| collectie | Bruikleen Nederlands-Israëlietische Hoofdsynagoge Amsterdam |
| trefwoorden | Rintel, Isaak Levi, Chaim ben Jozpe Samkalden, Sara Chanoeka Grote Synagoge (Amsterdam) Amsterdam Rintel Menora rococo lijst wet cultuurbezit |
| jhm-nummer | B0003 |