Slachtmes

slachtmes 149N005

Een mes voor de koosjere slacht (sjechieta) moet voldoen aan strenge voorschriften. Slachtmesssen voor vee, waar dit mes een voorbeeld van is, moeten van goed, hard staal zijn, tenminste 36 cm. lang, glad en scherp over de gehele lengte en zonder enige 'schaarde' (inkeping) . Iedere afwijking van deze voorwaarden heeft tot gevolg dat het vlees van het geslachte dier ongeoorloofd is voor consumptie.
Hartog (Zwi) van Tijn ('s-Gravendeel, 19 juli 1879 - Amsterdam, 4 februari 1925), kwam in 1898 naar Strijen. Na zijn huwelijk met Sophia ('Sientje') Kleinkramer (Amsterdam, 26 mei 1884) nam hij de slagerij van haar vader, gelegen aan de Boompjesstraat, over. In 1920 vertrok Zwi van Tijn met zijn gezin naar Amsterdam. In Strijen werd hij als sjocheet (ritueel slachter) opgevolgd door Jozeph van Coevorden, die tevens godsdienstonderwijzer was.
Het slachtmes werd bij zijn vertrek door Zwi (Hartog) van Tijn in Strijen achtergelaten, waar zijn opvolger Jozeph van Coevorden het daarna in gebruik gehad heeft. Tot in de oorlogsjaren is dit mes in het bezit van de familie van Coevorden geweest. Ruim tien jaar geleden werd het voorwerp aan het JHM ter hand gesteld. In februari 2005 herkende Dr. S. van Coevorden, kleinzoon van Jozeph, het slachtmes als het oorspronkelijke bezit van zijn grootvader en droeg het formeel over aan het JHM.

kosjer slachtmes (a) in houten foudraal (b)

objectslachtmes
materiaalmetaal & hout & textiel
datering1900 (ca.)
plaatsNederland (?)
hoogte63
59.8
breedte7.5
3.1
diepte3.1
2
collectieJoods Historisch Museum
trefwoordenritueel slachten
slagerij
slachten
koosjer voedsel
koosjere keuken
Strijen
kasjroet
Tijn, Zwi van (1879-1925)  
jhm-nummer05454

jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl