Tweede Wereldoorlog
In mei 1940 moest de Waag op last van de Duitse bezetter de deuren
sluiten. Tussen 1939 en 1942 trachtte men de collectie in
veiligheid te brengen door hem over te dragen aan het Stedelijk
Museum, terwijl een aanzienlijk aantal bruiklenen aan de diverse
particuliere bruikleengevers werd geretourneerd.
Uiteindelijk werd de bij het Stedelijk Museum ondergebrachte
collectie van ruim 600 voorwerpen toch, op 28 april 1943, onder
dwang overgedragen aan de Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg en
weggevoerd naar het Institut zur Erforschung der Judenfrage in
Frankfort.
Terugkeer van de collectie
Na de oorlog was
Majoor D.P.M. Graswinckel van de Stichting Nederlands Kunstbezit
erachter gekomen dat de collectie van het museum zich bevond in
Hungen. Vanwege de bombardementen op Frankfurt was het Institut zur
Erforschung der Judenfrage tijdens de oorlog hier naartoe
verplaatst.
Men bracht de boeken, documenten en voorwerpen naar het
nabijgelegen Offenbach Archival Depot, opgericht door het
Amerikaanse leger om het culturele erfgoed zo goed mogelijk terug
te bezorgen naar de rechtmatige eigenaars.
In drie transporten keerde de museumcollectie terug naar Nederland.
Eerst een deel in maart 1946 onder leiding van Graswinckel, daarna
in september en november van dat jaar door de joodse antiquair Lion
Morpurgo. Deze was aangesteld als officier Civiele Dienst om het
terugvoeren van in Duitsland aangetroffen joodse rituele voorwerpen
te bevorderen. Na de recuperatie bleef Morpurgo zich inzetten voor
het Joods Historisch Museum door in 1947 als conservator zitting te
nemen in het nieuw geformeerde bestuur.
Het aantal teruggekeerde voorwerpen bleek veel kleiner dan het
aantal ingeleverde. Van de 610 verdwenen voorwerpen zijn er
uiteindelijk circa 140 weer naar het museum teruggekomen.