Aanwinsten Mediatheek - 2009

Het reisdagboek van Ernst Michael Dooseman (1908-1943), 1921-1927

Ernst Dooseman, foto 0-1983-cIn oktober 2009 is de documentencollectie van ons museum door schenking verrijkt met een reisdagboek van Ernst Dooseman, een joodse jongen uit het Amsterdam van het begin van de twintigste eeuw. In zijn dagboek beschrijft Ernst een drietal vakantiereizen die hij in de jaren 1921-1927 samen met zijn familie maakt. Wanneer Ernst als 13-jarige aan zijn dagboek begint, woont het gezin Dooseman aan de Gelderskade 73 in Amsterdam. Zijn vader, Isaac Dooseman (1884-1969), is koopman in galanterieën en redelijk bemiddeld. Op 12 februari 1908 wordt Ernst in Amsterdam geboren als zoon van deze koopman en diens uit Duitsland afkomstige vrouw Ida Mahler (1882-1965). Vijf jaar later wordt in 1913 nog een broertje geboren: Walter Willem.
Samen met zijn familie maakte Ernst achtereenvolgens een reis naar het Duitse Wiesbaden (in de zomer van 1921), naar Bad Harzburg in de Harz (in de zomer van 1922) en naar Sankt Moritz in Zwitserland (in de winter 1926-1927). Het dagboek van Ernst is vooral daarom zo'n aardige aanwinst omdat wij van deze familie al een aantal fotoalbums in ons bezit bleken te hebben.

Hexenkuche, foto 0-1983-9In deze albums vinden we foto's van de door Ernst beschreven vakantiereizen. Zo treffen we in een van deze albums de hier afgebeelde foto aan van een groepje mensen bij de zogenaamde Hexenküche (een rotsformatie in de Harz). Op zaterdag 22 juli 1922 schrijft Ernst hierover in zijn dagboek: "'s Middags gaan we uit rijden. Boven op den berg gaan we zonder het rijtuig verder. Ontzaggelijke hoopen steenen van 10 en 20 M hoogte en zelfs van ± 125 m3 inhoud zien wij. Sommige van die hoopen dragen namen (Hexenküche, Mausefalle)". Het vredige tafereeltje op de foto blijkt bedrieglijk, want Ernst schrijft verder: "Hevige ruzie tusschen tante Alida en tante Serline".

Dagboek Ernst Dooseman D13060Het lot zou Ernst in de rest van zijn korte leven niet gunstig gezind zijn. Vanaf het begin van de jaren dertig lijdde hij aan psychische problemen en werd hij opgenomen in de joodse psychiatrische inrichting "Het Apeldoornsche Bosch". Uit een in het dagboek ingesloten brief blijkt dat hij ook de hulp had ingeroepen van de in haar tijd bekende psychotherapeute Mia Kloek-Pirée. Als enige van zijn gezin zou Ernst de oorlog niet overleven. Op 25 januari 1943 werd hij in Auschwitz vermoord. Wat bleef zijn de foto's en zijn dagboek dat ons een intieme blik gunt op het leven van jongen uit een gegoede joodse familie in de jaren twintig van de vorige eeuw.

 

Poëziealbums van de gezusters Labzowski

Gezusters Labzowski, foto 0-9649De familie Labzowski woonde in het Zeeuwse stadje Zierikzee waar vader Henoch Labzowski een kledingzaak had. Hij en zijn in Gulpen geboren vrouw Laura Heuman hadden drie dochters: Betsy (1920), Rosa (1922) en Clara (1924). De Labzowski's waren al lang met Zierikzee verbonden want ook vader Henoch was daar in 1896 geboren. De meisjes groeiden op als echte Zeeuwse meisjes, hadden veel niet-joodse vriendinnetjes en leefden een gewoon leven.

Poeziealbum D13063Tijdens de Duitse bezetting kwam hieraan een abrupt einde. Eerst moest de familie Labzowski in 1942 noodgedwongen naar Amsterdam verhuizen als gevolg van de anti-joodse maatregelen. Van de vijf gezinsleden overleefden alleen Henoch Labzowski en zijn dochter Clara de oorlog. Deze laatste heeft ons onlangs een drietal poëziealbums geschonken van haarzelf en haar twee zussen. Tezamen met een aantal familiefoto's vormen deze albums niet alleen een kostbare papieren herinnering aan haar omgekomen familieleden maar geven bovendien een aardig tijdsbeeld van het leven van drie schoolmeisjes en hun vriendinnen in de jaren 1929-1938.

 

Archiefje van Sigmund Boekdrukker (1907-1943)

Sigmund Boekdrukker en Mary BijlDe geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog is ook de geschiedenis van individuele mensen. Elke keer blijven die verhalen weer verrassen. Door een recente schenking zijn we onlangs in het bezit gekomen van weer zo'n klein, maar aangrijpend verhaal. Het draait allemaal om Sigmund Boekdrukker (1907-1943). Als zoon van Nathan Salomon Boekdrukker (1866-1943) en Rosina Frank (1861-1923) werd hij op 4 december 1907 in Amsterdam geboren als vijfde en laatste kind in dit joodse gezin. Vier zusjes waren hem voorgegaan. Sigmund groeide voorspoedig op en vanaf 1936 werkte hij bij uitgeverij De Arbeiders Pers waar hij de niet-joodse Mary Bijl leerde kennen met wie hij een relatie kreeg. Tijdens de bezetting besloten zij hun relatie door een huwelijk te bevestigen. De ambtenaar van de Burgerlijke Stand raadde het hun echter af. Sigmund dook onder maar werd uiteindelijk opgepakt, gedeporteerd en in Sobibor vermoord.

Brief van mary Bijl aan Sigmund Boekdrukker, D12485Op zijn weg naar de vernietigingskampen zat Sigmund enige tijd in Westerbork waar Mary hem een aantal gevoelvolle maar wanhopige brieven stuurde die zij als onbestelbaar kreeg geretourneerd. Deze brieven maken nu deel uit van de documentencollectie van ons museum. In deze collectie bevonden zich weliswaar al veel brieven uit Westerbork, maar brieven áán iemand in dit doorgangskamp komen veel minder voor. De brieven geven een emotioneel en indringend beeld van de moeilijkheden waarmee gemengde paren in de oorlog te maken kregen. Daarnaast omvat dit archief ook nog een boeiend verslag, geschreven door Betty Maarsen-Boekdrukker (een zus van Sigmund), over de toestanden in joods Amsterdam na het begin van de deportaties in juli 1942. Na de oorlog schreef Mary Bijl aan overlevende familieleden van Sigmund een lange brief waarin zij uitgebreid inging op haar gevoelens en belevenissen. Op een zeer persoonlijk niveau geven deze documenten een indringend beeld van barre tijden.

Geretourneerde post, D12485

Zie ook de bijzondere mediatheekaanwinsten in 2006 en 2007

jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl