Aanwinsten Mediatheek - 2007

Het dagboek van Jacob Goudsmit, 1910-1917
Jaap Goudsmit in 1911De documentencollectie is in juni 2007 verrijkt met het dagboek dat Jacob (Jaap) Goudsmit (1895-1945) tussen 16 juli 1910 en 11 augustus 1917 bijhield. In dit ongeveer 1000 pagina's tellende adolescentendagboek doet Jaap Goudsmit nauwgezet verslag van zijn dagelijkse belevenissen.

Het dagboek is om verschillende redenen interessant. Allereerst als beeld van het dagelijks leven. Daarnaast is het interessant als ontwikkelingspsychologische casus. Ook voor de geschiedenis van de Nederlandse joden is het van belang.

Pagina uit het dagboek, 1910Het geeft zicht op het leven van een geassimileerde joodse jongen die soms toch op pijnlijke wijze met zijn jood-zijn wordt geconfronteerd. Zoals het geval met het meisje E. op wie hij al lange tijd verliefd is. Jaap schrijft op 3 juni 1914: "Op straat had E. 't er over dat ze veel meer v. Christenen dan v. Joden hield; dat ze nooit met 'n jood zou willen trouwen, etc."

Met E. is het uiteraard niets geworden. Op 26 februari 1924 trouwde hij met Josephine Wolf met wie hij drie kinderen zou krijgen. Goudsmit werd hoofd van één van de twee afdelingen interne geneeskunde van het Nederlands-Israelitisch Ziekenhuis in Amsterdam. Hij en zijn vrouw kwamen om in de kampen. Zijn kinderen overleefden de oorlog.

Archief van de familie L.E. Visser
Gezin van L.E. Visser, omstreeks 1906Dankzij een schenking in februari 2007 is het reeds bij ons aanwezige archief van de familie Visser uit Amersfoort uitgebreid met een grote hoeveelheid gelegenheidsdrukwerk, brieven en foto's uit de periode 1898-1974. De beroemdste telg van deze familie is de bekende jurist en voorzitter van de Hoge Raad Mr. Lodewijk Ernst Visser (1875-1942).

Van dit archief maken onder andere de condoleancebrieven deel uit die Cornelia Visser-Wertheim in februari 1942 ontving naar aanleiding van dood van haar man. Zo treffen we onder andere een brief aan van David Cohen, voorzitter van de Joodse Raad, waarin deze ingaat op het meningsverschil dat hij en Visser hadden over de in te nemen houding ten opzichte van de bezetter. Cohen schrijft: "Over mijzelf mag ik niet spreken, dankbaar als ik ben voor de vriendschap, die hij mij bleef schenken, ook toen wij ernstig van meening verschilden. Misschien heb ik nooit zooveel van hem gehouden, als in den laatsten tijd, toen ik de hoogheid van zijn karakter heb leeren kennen als nooit te vooren, en ik hem beschouwde als mijn geweten, dat ik bij moeilijke beslissingen altijd voor oogen had." 

Bekijk ook bijzondere mediatheek-aanwinsten in 2006

jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl