Violiste Rita Dalvano (1908-2001) in foto's en
documenten
Violiste Rita Dalvano werd in 1908 in Rotterdam
geboren als Duifje Walvis. Op 7-jarige leeftijd wist ze al dat ze
wilde leren vioolspelen. Als meisje van 17 moest ze een keer
invallen voor haar broer Joop Walvis die toen als organist bij het
bioscooporkest van Cinema Royal werkte. Dit optreden zou haar
carrière als violiste een beslissende wending geven. Haar verdere
carrière zou ze in de amusementswereld doorbrengen. Ze leidde
verschillende damesorkesten en was de eerste vrouwelijke
stehgeigerin van Nederland. Ze bleef tot hoge leeftijd actief en
overleed in december 2001.
Het museum is in januari 2006 in het bezit gekomen van enige
foto's en documenten uit haar nalatenschap. Zo omvat deze recente
aanwinst onder andere het typoscript van haar zeer uitgebreide
autobiografie, waarin ze verslag doet van hoogte- en dieptepunten
in haar carrière, en haar leven met haar twee echtgenoten, de
kunstschilder Metten Koornsta en vertaler Michiel Parren.
Familiearchief Baruch
In Januari 2006 werd onze documenten- en
fotocollectie verrijkt met stukken betreffende de Portugees-joodse
familie Baruch. Familiegeschiedenissen geven vaak een onverwacht en
intiem beeld op de geschiedenis. We worden geconfronteerd met de
belevenissen van personen door wier lotgevallen we vaak veel kunnen
leren over de periode waarin zij leefden.
De stamboom van de familie Baruch is door de schenkster uitgezocht
tot voorvader David Sacharias Baruch (1777-1837) die in 1812 een
kind verwekte bij de niet joodse Wilhelmina Imke (1787-1864).
Hoewel David nooit met Wilhelmina is getrouwd erkende hij het kind,
Isaac van David Sacharias Baruch, als het zijne, liet het besnijden
en bleef (evenals generaties latere familieleden) een gerespecteerd
lid van de Portugees-joodse gemeente in Amsterdam.
De archiefstukken die wij over deze familie hebben gekregen gaan
terug tot de door David erkende Isaac Baruch (1812-1877) die in
1840 trouwde met Mirjam Abenacar Ximenes. Het archief loopt door
tot de lotgevallen van het echtpaar Leonard Sacharias Baruch en
zijn Engelse vrouw Mabel Elisabeth White die in 1934 trouwden. Het
archief omvat onder andere het oorlogsdagboek van Mabel White, veel
brieven, een poëziealbum en feestdrukwerk voor verschillende
huwelijken.
Fotoalbum van het Zwitserse vluchtelingenkamp Les
Verrières
In december 2005 is het museum in het bezit
gekomen van een album met foto's van het Zwitserse
vluchtelingenkamp "Les Verrières". De fraaie foto's uit dit album
zijn in 1943 en 1944 gemaakt door Frans Stoppelman. Stoppelman was
fotograaf van beroep en een van de ingezetenen van dit
werkkamp.
Wie als vluchteling Zwitserland binnenkwam werd in eerste
instantie opgenomen in een zogenoemd Sammellager. Hier verbleef men
over het algemeen slechts enkele dagen waarna men in een Auffangs-
of Quarantainelager terecht kwam. Daarna volgde doorzending naar
andersoortige opvang in bijvoorbeeld hotelkampen (voor gezinnen) of
werkkampen (meestal voor jonge alleenstaande vluchtelingen).
Les Verrières behoorde tot dat laatste type
kamp en was achter het Juragebergte gelegen tegen de Franse grens
aan.
In totaal verbleven er tijdens de Tweede Wereldoorlog ongeveer
1300 joodse vluchtelingen uit Nederland in Zwitserland. De
mannelijke ingezetenen van Les Verrières moesten werkzaamheden
verrichten op het gebied van wegenbouw. De foto's van Stoppelman
geven een beeld van de verschillende aspecten van het leven in dit
Zwitserse werkkamp.
Archief van Ernst Alfred Witt (1910-1943)

In april 2005 kwam het museum in bezit van twee grote hutkoffers
waarin de Duitse jood Ernst Alfred Witt zijn persoonlijke
herinneringen met zich had meegedragen.
Ernst Witt werd op 19 december 1910 in Berlijn geboren. Hij
vestigde zich begin jaren dertig in Rotterdam, voor zijn werk bij
het ijzerwarenconcern Schweitzer & Oppler, en bleef na de
machtsovername van Hitler noodgedwongen in Nederland. Na drie jaar
kreeg hij een betrekking bij het ijzerwarenbedrijf Sideron, een
dochteronderneming van het Schweitzer-concern.
In Nederland trouwde hij waarschijnlijk
omstreeks 1942 met Mies Metselaar. Hoewel onder andere de firma
Sideron pogingen ondernam om Ernst voor deportatie te behoeden werd
hij op 12 december 1942 via Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd
waar hij op 28 februari 1943 werd vermoord.
Vele jaren na de oorlog kwamen de hutkoffers boven water. Zij
werden door nabestaanden van Mies Metselaars zus Dini aan het
museum geschonken, en bevatten onder andere een poëziealbum van
zijn moeder uit de jaren 1898-1900 en verschillende familiefoto's.
Ze geven een indringend beeld van het leven van een jonge joodse
man in ballingschap.
Foto's en documenten van Nettie Frankfort en Rob
Heilbut
"Voor zijn vrouw en vier jeugdige kinderen een dag van veel
gemis, maar in hun woning, waar het vol hangt met werk van vader,
daar leeft vader altijd, daar hangt dat ernstig zelfportret en iets
verder zijn lachende kop met fez en burnous, fel van kleur en
hartelijk van lach."
Dat schreef de schilder Martin Monnickendam in
1924 in het joodse weekblad De Vrijdagavond, naar
aanleiding van de 60ste geboortedag van de jonggestorven
kunstschilder Eduard Frankfort (1864-1920).
Bij toeval kreeg het museum in juni 2005 een aantal fotoalbums
waarin we dat interieur van Eduard Frankfort, aan de
Beethovenstraat in Amsterdam, goed kunnen zien. De foto's zijn
genomen bij het huwelijk van Eduards dochter Nettie Frankfort met
de musicus Rob Heilbut, in 1941.
Het interieur was nog precies zo als Monnickendam dat in 1924 had
beschreven. Het huis hangt inderdaad vol met schilderijen van
Frankfort. Nog altijd is daar het ernstige zelfportret, maar ook
die lachende kop met fez. Verder zien we portretten van zijn vier
kinderen.
Allemaal schilderijen die in 1924 al aan de muur hingen en die
zich nu in de collectie van het Joods Historisch Museum bevinden.
Het gebeurt niet vaak dat ons een zo direct en intiem beeld wordt
vergund in de geschiedenis van schilderijen uit onze collectie.