Het Joods Historisch Museum wijdt dit
najaar de allereerste overzichtstentoonstelling ooit aan de
negentiende-eeuwse schilder Meijer de Haan (1852-1895). De Haan was
goed bevriend met Theo van Gogh, de jongere broer van
Vincent en werkte nauw samen met Paul Gauguin, maar bleef zelf
desondanks voor het grote publiek verborgen. Met deze expositie wil
het JHM hier verandering in brengen. De tentoonstelling is
aansluitend te zien in Musée d'Orsay in Parijs en in Musée des
Beaux Arts in het Bretonse Quimper onder de titel 'Le maître caché,
Meijer de Haan'.
Voor het eerst in 125 jaar komen de werken van De Haan samen. Zowel
zijn Amsterdamse als Bretonse periode, waar hij nauw samenwerkte
met Gauguin, worden belicht. Naast schilderijen van De Haan en een
aantal van Gauguin, zijn ook werken van De Haans leerlingen te
zien, waaronder Joseph Jacob Isaacson, Louis Hartz en Baruch Lopes
de Leao Laguna. De stukken zijn afkomstig uit particuliere
collecties en musea wereldwijd.
De tentoonstelling werpt een verrassend licht op de rol van
Nederlands-joodse kunstenaars in de tweede helft van de negentiende
eeuw. De portretten en genrestukken uit Meijer de Haans Amsterdamse
tijd zijn duidelijk beïnvloed door de tijdgeest en door zijn joodse
achtergrond. Ze tonen een opvallende tegenstelling met zijn latere
Bretonse schilderijen. Deze zijn verwant aan het werk van beroemde
Franse tijdgenoten als Paul Gauguin, Emile Bernard en Paul
Sérusier. Het onverwachte contrast in stijl, licht en kleur uit
deze twee cruciale perioden vormt de leidraad in de
tentoonstelling.
Geboren in een
behoudend milieu in het hartje van de Amsterdamse jodenbuurt, koos
De Haan op jonge leeftijd voor een kunstenaarsbestaan. Zijn
vroegste werken dateren uit zijn leerperiode bij P.F. Greive en
vervolgens op de Rijksacademie in 1874. Tussen 1878 en 1888 had De
Haan een atelier in het bedrijf van zijn familie, Brood en
Matzebakkerij De Haan aan de Valkenburgerstraat. Hier gaf hij
leiding aan een aantal leerlingen.
Meijer de Haans abrupte afscheid van Amsterdam in 1888 vormde de
opmaat tot een volledige omwenteling in zijn artistieke en
persoonlijke leven. Via Parijs, waar hij enige maanden bij Theo van
Gogh woonde en kennismaakte met de vernieuwende kunststromingen van
dat moment, trok hij naar Bretagne. In de anderhalf jaar dat hij
rond het vissersdorp Le Pouldu werkte, voornamelijk samen met
Gauguin, ontwikkelde hij zich van een rembrandtesk, academisch
schilder tot een aanhanger van Gauguins kleurrijke, heldere
werkwijze, met behoud van geheel eigen karakter.
Bij de tentoonstelling is een rijk geïllustreerde monografie
verschenen (Engels- en Franstalig). Voor deze tentoonstelling
geldt een toeslag van 1,50 Euro.
De Turing Foundation is hoofdbegunstiger van de tentoonstelling.
De Turing Foundation is
opgericht in 2006 door Pieter en Françoise Geelen, uit de
opbrengsten van de beursgang van TomTom NV. De Turing Foundation
wil meer mensen in Nederland laten genieten van kunst en draagt
daarom bij aan bijzondere tentoonstellingen in Nederlandse musea,
het geven van live uitvoeringen van klassieke muziek en het
voordragen of publiceren van Nederlandstalige poëzie. Daarnaast
gebruikt het fonds haar gelden om in ontwikkelingslanden kinderen
en jongeren onderwijs te laten volgen, de natuur te beschermen en
lepra te bestrijden. Zie ook: De Turing
Foundation.