Een fluitje van een cent, Als ik
tweemaal met m'n fietsbel bel, Goedenacht en welterusten, Meneer
Dinges weet niet wat swing is… Bekende en minder bekende
liedjes waarvan de tekst, muziek of uitvoering van joodse
artiesten, componisten, 'humoristen' of tekstschrijvers is, zullen
in het Prentenkabinet te zien én te horen zijn. Een audiotour met
tientallen liedjes en oude geluidsopnamen, voert ons terug naar de
tijd van, onder andere, Eduard Jacobs, Louis en Heintje Davids,
Stella Fontaine en Max van Praag.
De tentoonstelling Lach… en Vergeet! leidt ons door de wereld van
vermaak van vóór de televisie. In de periode tussen 1890 en 1960
maakten Nederlandse artiesten dankbaar gebruik van het fenomeen
bladmuziek om hun liedjes en voordrachten massaal aan de man te
brengen. Een bladmuziekuitgave was tot na de oorlog simpeler én
doeltreffender dan bijvoorbeeld een plaatopname. Er zijn dan ook
veel liedjes die niet eens op plaat werden opgenomen. De mooi
geïllustreerde en gedecoreerde bladmuziek geeft een kleurrijk beeld
van het wervelende uitgaansleven waarin (Amsterdamse) joden een
hoofdrol spelen. Van het begin van de twintigste eeuw tot na de
oorlog bereikten deze uitgaven, eigenlijk voorlopers van de cd en
de glossy's van vandaag, miljoenen mensen.
Een aanlokkelijke illustratie op de omslag
moest een liedje 'verkopen'. Hiervoor werden kosten noch moeite
gespaard. De titels werden met vetgedrukte, geometrische en/of
schreefloze letters echte eyecatchers. Een getekend portret of een
foto van de (bekende) zanger of zangeres zorgde nog eens voor extra
verkoop. Ontwerpers en kunstenaars werden ingeschakeld om de
bladmuziekomslagen vorm te geven.
In de omslagen komen ook de talenten van de ontwerper en de
componist samen: ritmisch opgebouwde patronen verbeelden de melodie
van het liedje. En de geïllustreerde afbeeldingen verklappen ons de
inhoud van het lied: karikaturaal zoals liedjes van imitatrice
Stella Fontaine, politiek getint zoals liedjes van conferencier
Abraham de Winter, satirisch zoals die van Eduard Jacobs of
romantisch, ondeugend en ironisch. Bovendien tonen de illustraties
van de bladmuziek de ontwikkelingen in de maatschappij, de
kunststijlen, mode en ook het uitgaansleven van toen: een vervlogen
tijd waarin gracieuze lieftallige dames en charmante heren nog de
foxtrot, tango en charleston dansten.
De prachtige verzameling bladmuziek toont ons
een spiegel van een tijd, die - zoals verzamelaar Jaap van Velzen
ons op het hart drukt 'Te rijk en te groots is geweest om te
vergeten.' Het materiaal is deels afkomstig uit de eigen collectie,
maar vooral uit de grote verzameling bladmuziek en oude
grammofoonplaten van Jaap van Velzen. Verder zijn uit de collecties
van het Theater Instituut Nederland en het Filmmuseum affiches en
enkele kostuums en accessoires te zien.
Met de videopresentatie Tot het doek valt wordt ook in
de Hollandsche Schouwburg aandacht besteed aan de thematiek van de
tentoonstelling Lach… en Vergeet!. De Hollandsche
Schouwburg bood immers vele joodse artiesten een podium voor hun
kunsten. De wetenschap dat de Hollandsche Schouwburg in de zomer
van 1942 in gebruik werd genomen als verzamelplaats voor
deportatie, zet deze plek van vermaak in een ander licht.
Naar aanleiding van de tentoonstelling zendt de Joodse Omroep op zondag 15 maart 2009 van 19.30 tot 20.30 uur op Radio 5 de radiodocumentaire Maestro, Muzik uit over de grote invloed van vooroorlogse joodse kleinkunstenaars op de Nederlandse lichte muziek en kleinkunst. Samenstelling en presentatie: Renee Sanders.