Al meer dan zestig jaar is Eva Besnyö een bekende fotografe. Uit haar hele oeuvre heeft zij voor deze tentoonstelling foto's gekozen die in Nederland onbekend zijn. Foto's die zij in 1931 en 1932 in Berlijn maakte nemen daarbij een belangrijke plaats in.
Eva Besnyö, geboren in 1910, gaat na haar fotografie-opleiding in Boedapest in 1930 naar Berlijn. Hier werkt zij eerst enige tijd als vrijwilliger bij een fotobureau. Zij maakt vooral reportages voor geïllustreerde tijdschriften. Later heeft zij een eigen atelier en krijgt zij ook opdrachten voor portretten. Vernieuwingen in de beeldende kunst, in de film, de architectuur en de fotografie in Berlijn in die jaren zijn van invloed op de manier van werken van Eva Besnyö. De foto's die zij in deze periode maakt, zoals bijvoorbeeld de getoonde foto's van de Alexanderplatz, worden vooral gekenmerkt door ongewone camera-standpunten, een diagonale compositie en het fotograferen van alledaagse onderwerpen van heel dichtbij. Evenals andere vertegenwoordigers van de Nieuwe Fotografie experimenteert zij in vorm, toon en onderwerp om zo alle technische eigenschappen van het medium te onderzoeken. Zo ontstaat een nieuwe beeldtaal.
In 1932 wordt voor Eva Besnyö, die joods is, de steeds
toenemende dreiging van het nationaal-socialisme te groot. Zij
besluit naar Nederland te gaan. Hier raakt zij al snel bevriend met
een aantal beeldende kunstenaars, zoals Charley Toorop, die veel
voor haar betekend heeft, en filmers en fotografen zoals Joris
Ivens, Cas Oorthuys, Carel Blazer en Emmy Andriesse. Via de
architekt Alexander Bodon krijgt zij opdrachten voor
architektuurfoto's voor architekten van 'De 8 en Opbouw'. Ook maakt
zij portretten en reportages voor kranten en tijdschriften. Haar
manier van werken sluit aan bij die van een aantal vernieuwende
Nederlandse fotografen. De nadruk ligt op vorm en esthetiek, ook
als het gaat om het fotograferen van bijvoorbeeld fabrieksarbeiders
aan het werk.
Vanaf 1941 is het voor Eva Besnyö niet meer mogelijk te werken en
te publiceren. Korte tijd is zij nog betrokken bij illegaal werk,
maar al snel moet zij onderduiken.
In de jaren direct na de Tweede Wereldoorlog wordt voor veel
fotografen de maatschappelijke betrokkenheid in hun werk steeds
belangrijker. Fotograferen is niet alleen een vak, het is een deel
van een levenshouding. Het gaat om het maken van foto's van mensen,
om het documenteren van wat er gebeurt. Ook in het werk van Eva
Besnyö wordt in de na-oorlogse jaren 'human interest' belangrijker
dan vorm en esthetiek. Zij maakt vooral portretten van haar
kinderen, van mensen om haar heen, van mensen aan het werk en van
mensen in hun eigen omgeving, waarbij ze gebruik maakt van
natuurlijk licht. Daarnaast maakt zij in opdracht reportages,
bijvoorbeeld voor het Stedelijk Museum in Amsterdam.
In de jaren zeventig voelt Eva Besnyö zich aangetrokken tot de
vrouwenbeweging. Zes jaar lang legt zij, als een 'razende
reporter', alle acties van Dolle Mina in Amsterdam en omgeving
vast. Haar manier van fotograferen verandert hierdoor sterk. Vorm
en esthetiek en het statische in haar foto's verdwijnen, het accent
ligt nu op het snel documenteren van de gebeurtenissen. In de
fotoreportages die Eva Besnyö de laatste jaren gemaakt heeft van
haar reizen naar Hongarije, Marokko en Cuba, heeft ze tenslotte een
synthese weten te vinden tussen vorm, esthetiek, haar liefde voor
mensen en kinderen en haar sociale bewogenheid.
De foto's zijn afgedrukt door Michiel Kort.
Deze tentoonstelling kon tot stand komen dankzij steun van Ilford
B.V., de Stichting Fotoarchief Maria Austria/Particam en het Moos
Cohen Fonds.