Art of the State

Openingsspeech tentoonstelling op 26 juni 2008 door Bernhard Hammelburg

Waarom grijpt de 60-ste verjaardag van Israël mij - en misschien u allen - zo aan? Zo bijzonder is het nou ook weer niet - ik bedoel: 58 en 59 waren niet minder belangrijk. Of 61, weet ik uit eigen ervaring. Maar we hebben dat rare mechanisme dat we sommige jubilea met een soort mythische blik bekijken. Net als u lees ik een schier eindeloze reeks artikelen, afwisselend met ontroering, ergernis, instemming, woede, en met een soort meetlat - zoals joden dat doen. Is de schrijver vóór of tegen ons? Waarom zie ik zo vaak het woord "nagba"? Een catastrofe? Kom op, mijn hele jeugd was doordrenkt met Zionistische dromen, gesteund door de horrasfeer van de jeugdbeweging, die zich met onvermoeibare wellust meester maakte van mijn romantische jongensziel, dolend tussen de theorieën van Theodor Herzl en Mozes Hess, Karl Marx en Abel Hertzberg, Ben-Goerion en Jabotinsky, socialisme en revisionisme, testosteron en adrenaline.

Ik behoor tot de generatie die er eigenlijk niet had mogen zijn. Zelfs de Endlösung is, gelukkig, niet helemaal tot in de perfectie uitgevoerd. En daarom ben ik er - daarom zijn velen van u er. Daarom ook is onze lotsverbondenheid met Israël misschien extra groot. Het Israël - onze leeftijdsgenoot - net als wij, geboren op de ruïnes van de Sjoah, van onze eigen catastrofe. Israël, dat er volgens zijn vijanden eigenlijk niet had mogen zijn, evenmin als mijn generatie. Vijanden in de buurlanden, maar ook de fellow-travelers hier in Nederland, die hun traditionele vooroordelen projecteren op het Israël van nu.

Zijn wij, van onze generatie, naïef of blind voor de realiteit van het moderne Israël? Natuurlijk niet. Ja - misschien keek de Zionistische droom van de horradans een beetje door een roze bril, maar ook toen al, als jonge meisjes en jongens, begrepen we de problemen van het Nabije Oosten. Ik lees voortdurend dat wij gehersenspoeld zouden zijn door allerhande propaganda. Dat wij ons sprookjes op de mouw lieten spelden over het politieke en militaire spel in de jaren tot 1948. Dat politici en media decennia lang in de zogenaamde "Israëlische val" zouden zijn gestapt. U moet van mij aannemen dat wij, ook toen al, dansend op de tonen van de strijdliederen van de chaloetsiem, de pioniers, wisten dat de oorlog van 1948 - om de scherpzinnige historicus Benny Morris te citeren - zou voortduren totdat het delingsplan voor Palestina definitief zou worden uitgevoerd. Zover is het nog steeds niet, en dus leven we in HaMatzav - de toestand. Al behoor ik tot het kleine groepje, dat rotsvast blijft geloven in een rechtvaardige oplossing, waarbij "vrede" iets meer is dan "geen oorlog".

Maar voor mijn generatie geldt ook dat het Israël van nu niet de staat is zoals wij ons die destijds voorstelden. Toen ik, 41 jaar geleden, tijdens de Zesdaagse Oorlog, in Israël kwam, was het wél wat ik me had voorgesteld. Een beetje stoffig, een beetje provinciaal, een beetje simpel. De kibboets bestond écht, ik bestuurde er een bulldozer met een Uzi op mijn schouder, Jaffa sinaasappels hingen echt aan de bomen in de pardessim, de groene woestijn was een wonder dat je zomaar kon bezichtigen. We gingen nieuwsgierig kijken in de bezette gebieden (die de Israëli's toen ook nog gewoon "bezette gebieden" noemden, dus voordat de politiek onbestemde benaming "de gebieden" werd bedacht). En we ontmoetten Arabieren - het woord Palestijn moest toen nog inburgeren. En wij waren ervan overtuigd dat deze fase tijdelijk was, en een onmisbaar onderdeel van een proces dat onherroepelijk tot vrede zou leiden.

Israël was, ook toen, een enorme smeltkroes, met een wirwar aan culturen, gewoontes, talen. Wat toen vooral opviel, was de kloof tussen de generatie van de Jisjoew, de voornamelijk Europese joden die het moderne Israël gestalte hadden gegeven, en de Sefardische en Jeminitische joden - groepen die maatschappelijk en emotioneel langs elkaar leefden. Maar wat je toen veel minder zag dan nu was het enorme onderscheid tussen orthodox en seculier - aan joodse zowel als aan Palestijnse kant. Om joden met sjtreimels te zien moest je naar Mea Sjearim, of Bnei Barak. Vrome Arabieren zag je ook, bij de Tempelberg op vrijdag. Ook het omgekeerde is van later: de explosie van seculier modernisme, van snelwegen, een skyline, schitterend geklede jonge mensen, mobiele telefoons (Israëli's zijn wereldkampioen telefoneren). En tegelijkertijd de explosieve groei van de orthodoxie van de zwarte jassen, van jesjiwoth, joodse leerscholen, van lange jurken, lange mouwen, sjaitls, tritsen kinderen - een groeiende kloof tussen seculier en religieus, een misjmasj die de staat nog altijd doet twijfelen of hij een democratie of een theocratie is.

Die caleidoscoop van tegenstellingen is de laatste 20, 25 jaar enorm gegroeid. Het Israël van nu is het Israël van "de toestand", met een muur, met check-points, met eenzame joodse nederzettingen in troosteloze steppen (ik noem ze sjtetls-in-the-desert). Met beeldschone jonge meisjes en jongens in uniform. Met aan de andere kant beeldschone jongens met kefiahs en meisjes met hoofddoeken. Een land, verscheurd door een lastig conflict, levend in onzekerheid, bedreigd door aanslagen en aanvallen. Een land van patrouilles, metaaldetectors, opgeblazen huizen. Een land van Qasams en F-16's. Maar ook een land met de sterkste munt ter wereld, een militaire supermacht, een ICT supermacht, een landbouwkundige supermacht. En een land waar de waarden van de drie monotheïstische godsdiensten een rol spelen in vrijwel ieders leven.

Als journalist, of fotojournalist, of fotograaf en videokunstenaar kun je het gebied op allerlei manieren vastleggen. Met vlaggen - de Israëlische en de Palestijnse. Met wilskrachtige krijgers. Met droevige beelden van ingeslagen raketten, of mer mooie foto's van imposante symfonieorkesten.

In deze tentoonstelling, Art of the State, zijn van al die onderwerpen elementen bijeen gebracht. Maar nooit - echt helemaal nooit - zoals je verwacht. Het beeld dat hier tot ons komt van de 60-jarige staat is afwisselend geestig, tergend, weemoedig, beangstigend, hoopgevend, weerbarstig, uitdagend - maar vooral: fascinerend. Het is géén fotojournalistiek, het is kunst - kunst op een niveau zoals je dat zelden ziet. Het zijn geënsceneerde, geposeerde en gemonteerde opnamen, waarin alle aspecten van de voortdurende culturele, politieke, religieuze en maatschappelijke contrasten op soms onnavolgbare wijze op hun plaats vallen. U gaat moderne varianten zien van oude thema's, waarnaar Rembrandt (die hier om de hoek woonde en werkte) ongetwijfeld met ontzag zou hebben gekeken. Abraham die op het punt staat Izaäk te offeren - dat onnavolgbare schilderij dat in de Hermitage hangt - ziet u hier in de interpretatie van Adi Nes: een armoedige zwerver, op weg met een volgeladen supermarkt kar, waar bovenop een jongetje ligt te slapen. De profeet Elija is bij hem een oude man op een bankje, buiten. U zult een prachtige variant zien op het Laatste Avondmaal, de seider maaltijd die Jezus viert met, zoals in het Nieuwe Testament staat, zijn 12 discipelen. Hier ziet u de centrale figuur, een soldaat, met niet 12 maar 13 soldaten. In de voorstelling van Leonardo DaVinci zie je de ontsteltenis door de onthulling van Jezus dat een van de aanwezigen hem zal verraden. In de foto, hier op de tentoonstelling, is de centrale figuur totaal geïsoleerd - zijn kameraden praten met elkaar, maar niet met hem.

We zien Adam en Eva, we zien Cain en Abel - onnavolgbaar. Maar ook de tegenstelling tussen de mondaine wijk Shenkin in Tel Aviv, vlak voor de shabat, en als contrast ultraorthodoxe burgers die op het punt staan te gaan picknicken in een bos. Een adembenemende foto van een oude, Arabische man die voor een bulldozer staat, zoals die onvergetelijke Chinees in zijn witte overhemd voor een tank stond op Tienanmen. Soldaten en Palestijnen, maar ook soldaten als homo-erotische droom.

De beelden zijn soms choquerend, maar meestal vooral fascinerend. Het is niet het Israël van de horra, ook niet het Israël waarvan ik droomde als jongetje van vlak na de oorlog. En toch ook wel. Het land dat er, net als wij, eigenlijk niet had mogen zijn, is er - net als wij - toch. Het is, net als wij, al ruim van middelbare leeftijd. Net als wij, misschien niet zo gracieus als we zouden willen. Maar de ironische puzzelstukjes van Art of State geven samen een beeld van wijsheid en inzicht over jezelf die komt met de jaren. "In veel wijsheid is veel verdriet, en wie zijn kennis vermeerdert, vermeerdert smart". Die woorden zijn niet van mij, maar van de Prediker - wiens somberheid samensmolt met hoop en een rotsvast vertrouwen. Dank aan het Joods Historisch Museum voor het binnenhalen van deze collectie soms wat doffe, maar altijd echte parels. Het is waarlijk "state of the art". Geniet van deze prachtige expositie - Art of the State.

© 2008 Bernard Hammelburg, Amsterdam/New York

jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl