Op dinsdag 13 maart 2007 kwamen in het Trippenhuis (KNAW)
te Amsterdam zo'n 125 experts uit binnen- en buitenland bijeen voor
het symposium Looted, but from whom?. Dit internationale
symposium werd georganiseerd door het Joods Historisch Museum in
samenwerking met het Ministerie van OCW. Het symposium vond plaats
in de laatste week van de tentoonstelling Geroofd, maar
van wie? in de Hollandsche Schouwburg te Amsterdam.
Spekers
Onder voorzitterschap van voormalig minister van WVC Hedy d'Ancona
bespraken zes deskundigen op het gebied van roofkunst en restitutie
hun visie met betrekking tot de vraag of er grenzen zijn aan
herkomstonderzoek: Prof.dr. Rudi Ekkart (hoofd Bureau Herkomst
Gezocht), Prof.dr. Inge van der Vlies (hoogleraar bestuursrecht en
lid van de Restitutiecommissie), ing. Pavel Jirásek (Documentation
Centre of Property Transfers of Cultural Assets of WW II Victims),
dr. Berit Reisel (Centre for Studies of the Holocaust and Religious
Minorities in Norway), dr. Ute Haug (herkomstonderzoeker van de
Hamburger Kunsthalle) en Monica Dugot (hoofd restitutie
Christie's).
Aanleiding
Centraal stond de vraag: is het mogelijk om een (tijd-)limiet te
stellen aan pro-actief herkomstonderzoek? Een aanleiding hiervoor
is het feit dat op 4 april a.s. de zogenaamde 'verruimde
claimtermijn' afloopt. Op die datum zal het onderzoek van Bureau
Herkomst Gezocht naar de herkomst van de oorspronkelijk ruim 4.500
kunstwerken uit de zogenaamde NK-collectie (het restant van de
kunstwerken die na WOII naar Nederland werden gerecupereerd) zijn
afgerond. Immers, na bijna tien jaar intensief onderzoek is de kans
dat archieven nog nieuwe informatie opleveren steeds kleiner en ook
de informatie uit de eerste en tweede hand wordt steeds
schaarser.
Overigens kunnen ook na 4 april nieuwe claims bij het Ministerie
voor OCW neergelegd worden en zullen deze op dezelfde objectieve en
onafhankelijke wijze worden beoordeeld als voorheen. Op korte
termijn zal de Nederlandse overheid de procedures voor
restitutieverzoeken van na 4 april bekend maken.
Conclusies van het symposium
- In de meeste Europese landen is het herkomstonderzoek nog niet
zo ver gevorderd dat men over een limiet, bijvoorbeeld in tijd,
uitspraken kan doen.
- De uitwisseling van ervaringen van de verschillende landen op
het gebied van herkomstonderzoek en restitutie is van vitaal
belang, niet in de laatste plaats omdat er (letterlijk) geen
grenzen aan dit onderwerp zijn.
- Het is nu bijna tien jaar geleden dat door verschillende landen
de Washington Principles on Nazi-Confiscated Art zijn aangenomen.
Het is tijd dat men weer op beleidsniveau bij elkaar komt, kijkt
wat sindsdien is bereikt en aanpassingen voorstelt voor de
toekomst.
- De studie naar de geschiedenis van roofkunst moet niet alleen
ten dienste staan aan restitutie en compensatie, maar tevens
bijdragen aan een breder historisch perspectief ten aanzien van de
verliezen van vervolgde bevolkingsgroepen in de periode vlak voor
en in WOII. De historische reconstructie draagt bij aan een herstel
van eigenwaarde van de slachtoffers en hun nabestaanden.
- Er is bij de tweede en derde generatie slachtoffers veel
inspanning waarneembaar om claims in te dienen, die de slachtoffers
zelf vaak niet hebben kunnen opbrengen.
- Ter sprake is gekomen of op termijn het feit dat kunstwerken
deel zijn gaan uitmaken van het nationaal geheugen niet gaat
prevaleren boven de claims van verre familieleden.
- Juriste Inge van der Vlies, lid van de Restitutiecommissie, kwam
op persoonlijk titel met een idee over hoe overheden in de toekomst
zouden kunnen omgaan met het eigendom van kunst, waarvan de
herkomst (nog) niet definitief is vastgesteld: haar gedachten gaan
uit naar een situatie waarbij de overheid formeel niet het bezit,
maar alleen de 'voogdij' over de werken heeft.
--------------------------------------------------------------------------------
Voor meer informatie:
Ministerie van OCW, Bob van het Klooster (persvoorlichter)
T 06 223 79 389
E Bob van het
Klooster