De tentoonstelling De geschiedenis van de joden in Nederland (1600-1900) op de galerijen van de Grote Synagoge is uitgebreid met een nieuw schilderij. Het is een portret dat de kunstenaar J.A. Kruseman in 1831 maakte van Anna Gratia Mariana (Netje) Asser (1807-1893).
Netje
Asser was de dochter van de Amsterdamse advocaat Tobias Asser
en de uit Berlijn afkomstige Caroline Itzig. Van zowel vaders- als
moederszijde stamde zij uit een verlicht-joods milieu. Zo was een
tante van Netje de bekende Berlijnse salonière Rahel Varnhagen.
Dit portret stamt uit het jaar van Netje's huwelijk met haar
volle neef Lodewijk Asser in 1831. In de dagboeken die zij van 1819
tot 1832 bijhield, vertelt Netje hoe zij het werk van Moses
Mendelssohn leest, over bekenden als Jonas Daniël Meijer, die op
haar bruiloft in een volgkoets zat, en over haar tevredenheid met
het resultaat van haar poseren voor de gevierde portretschilder
Kruseman.