Op 6
januari 2007 is de kunstenaar Jules Chapon op hoge leeftijd in zijn
woonplaats nabij Saint Cyprien in Frankrijk overleden.
Jules Chapon werd op 14 september 1914 in Heemstede geboren.
Aanvankelijk leek hij voorbestemd om, net als zijn vader Barend
Chapon (1881-1943), carrière te gaan maken in de financiële wereld.
De oorlogsjaren, waarin hij vrijwel zijn hele familie verloor en
zelf enige jaren moest onderduiken, leidden tot een omwenteling in
zijn bestaan. Hij besloot kunstenaar te worden en nam schilderles
bij Henri Boot, in aanvulling op eerdere lessen bij Kees Verwey.
Vanaf 1947 exposeerde Chapon regelmatig in Frankrijk, waar hij
enige maanden per jaar doorbracht, en in Nederland. Zijn werk werd
beïnvloed door zijn vriendschap met leden van de Cobra-groep, maar
zelf ontwikkelde hij zich tot een onafhankelijk, non-figuratief
kunstenaar. Grote bekendheid kreeg hij met zijn monumentale
muurplastieken, o.a. aan het Fokkergebouw op Schiphol (1961) en in
de entreehal van De Nederlandsche Bank (1967). In 1973 vestigde
Jules Chapon zich definitief in de Franse Dordogne.
In 1996 organiseerde het JHM een overzichtstentoonstelling van het
werk van Chapon. Naast documenten en tekeningen bevinden zich in
het JHM een groot aantal schilderijen van Jules Chapon, waaronder
het portret van rabbijn Philip Frank, die gelijktijdig met Barend
Chapon in 1943 gefusilleerd werd. Het schilderij heeft een plek
gekregen op de vaste presentatie Geschiedenis 1900-heden
en is eveneens verwerkt in de Sgt. Koshers Jewish Hearts Club
Band, het door Ram Katzir geschilderde familieportret, dat in
het Kindermuseum hangt.